De inspecteur
Gepost door jorrit in Fictie op 12 maart 2003“Zijn gezicht is weggeslagen”, deelde de inspecteur aan zijn taperecorder mee.
De vrouw van het slachtoffer keek met afschuw en vol ongeloof naar de schamele resten die eens haar man maakten.
Op de plaats der misdaad liep schijnbaar doelloos een bemoeizuchtige politieagent rond, die alles probeerde te bedillen. Toen de politieagent dode haren uit het kapsel van de vrouw probeerde te plukken, foeterde de vrouw hem uit: “Misschien kan je nu ook mijn kleren uittrekken, mijn weerloze lichaam sufneuken en over negen maanden mijn kind baren!”
De politieagent droop af. De vrouw keerde terug in haar shocktoestand en snotterde een beetje.
“Heeft u enig idee hoe u hem heeft omgebracht?”, zei de inspecteur vermoeid.
De vrouw bleef stil en staarde voor zich uit.
“Mevrouw?”, hield de inspecteur aan.
De wind waaide door de boomtoppen en takken bogen ritselend. Een rechercheur verpakte hurkend onherkenbare stukken lichaam in doorzichtige zakjes van plastic. Onderwijl maakte hij notities.
“Wilt u niet vragen wie ik verdenk?”, vroeg de vrouw verward.
“Dat lijkt me duidelijk”, zei de inspecteur, “ik ben alleen benieuwd naar hoe u in uw eentje zo’n ravage heeft kunnen aanrichten.”
“Maar ik heb het niet gedaan”, zei de vrouw ontzet.
De rechercheur keek verwonderd op van zijn werk.
“Kom, mevrouwtje”, zei de inspecteur kleinerend, “we wilden het op mishandeling houden. U zag hem vermoorden als enige optie en nu bent u toevallig de gelukkige erfgenaam van een smak geld. De rechter zal het ook als noodweer zien en de zaak seponeren. Ik ben alleen benieuwd naar hoe u het voor elkaar heeft gekregen om de schedel grotendeels weg te vagen.”
De ogen van de vrouw schoten heen en weer, maar ze leek geen grip te krijgen op de situatie.
“Misschien heb ik een moker gebruikt”, stotterde ze.
“En waar zou u het moordwapen gelaten hebben, denkt u?”, vroeg de inspecteur geboeid.
De politieagent kwam terug, pakte de vrouw bij haar handen en drukte haar vingers op een stempelkussen en daarna op een kartonnetje.
“Die heb ik in de Maas geworpen”, giste ze.
De inspecteur knikte naar de politieagent. De laatste haalde zijn handboeien tevoorschijn en deed deze bij de vrouw om.
“Wat doet u nu?”, riep de vrouw uit.
“U heeft blijkbaar al de antwoorden, dus u moet het wel gedaan hebben!”, zei de inspecteur opgewonden.
De vrouw sputterde tegen. De rechercheur kwam toegelopen om te helpen.
“Laat me los”, zei ze na haar tevergeefse poging los te komen.
“Dat kan niet, maar ik kan u nog wel sufneuken”, zei de politieagent guitig.
De rechercheur en inspecteur grinnikten mee.
