426 woorden

De inspecteur

Gepost door jorrit in Fictie op 12 maart 2003

“Zijn gezicht is weggeslagen”, deelde de inspecteur aan zijn taperecorder mee.
De vrouw van het slachtoffer keek met afschuw en vol ongeloof naar de schamele resten die eens haar man maakten.
Op de plaats der misdaad liep schijnbaar doelloos een bemoeizuchtige politieagent rond, die alles probeerde te bedillen. Toen de politieagent dode haren uit het kapsel van de vrouw probeerde te plukken, foeterde de vrouw hem uit: “Misschien kan je nu ook mijn kleren uittrekken, mijn weerloze lichaam sufneuken en over negen maanden mijn kind baren!”
De politieagent droop af. De vrouw keerde terug in haar shocktoestand en snotterde een beetje.
“Heeft u enig idee hoe u hem heeft omgebracht?”, zei de inspecteur vermoeid.
De vrouw bleef stil en staarde voor zich uit.
“Mevrouw?”, hield de inspecteur aan.
De wind waaide door de boomtoppen en takken bogen ritselend. Een rechercheur verpakte hurkend onherkenbare stukken lichaam in doorzichtige zakjes van plastic. Onderwijl maakte hij notities.
“Wilt u niet vragen wie ik verdenk?”, vroeg de vrouw verward.
“Dat lijkt me duidelijk”, zei de inspecteur, “ik ben alleen benieuwd naar hoe u in uw eentje zo’n ravage heeft kunnen aanrichten.”
“Maar ik heb het niet gedaan”, zei de vrouw ontzet.
De rechercheur keek verwonderd op van zijn werk.
“Kom, mevrouwtje”, zei de inspecteur kleinerend, “we wilden het op mishandeling houden. U zag hem vermoorden als enige optie en nu bent u toevallig de gelukkige erfgenaam van een smak geld. De rechter zal het ook als noodweer zien en de zaak seponeren. Ik ben alleen benieuwd naar hoe u het voor elkaar heeft gekregen om de schedel grotendeels weg te vagen.”
De ogen van de vrouw schoten heen en weer, maar ze leek geen grip te krijgen op de situatie.
“Misschien heb ik een moker gebruikt”, stotterde ze.
“En waar zou u het moordwapen gelaten hebben, denkt u?”, vroeg de inspecteur geboeid.
De politieagent kwam terug, pakte de vrouw bij haar handen en drukte haar vingers op een stempelkussen en daarna op een kartonnetje.
“Die heb ik in de Maas geworpen”, giste ze.
De inspecteur knikte naar de politieagent. De laatste haalde zijn handboeien tevoorschijn en deed deze bij de vrouw om.
“Wat doet u nu?”, riep de vrouw uit.
“U heeft blijkbaar al de antwoorden, dus u moet het wel gedaan hebben!”, zei de inspecteur opgewonden.
De vrouw sputterde tegen. De rechercheur kwam toegelopen om te helpen.
“Laat me los”, zei ze na haar tevergeefse poging los te komen.
“Dat kan niet, maar ik kan u nog wel sufneuken”, zei de politieagent guitig.
De rechercheur en inspecteur grinnikten mee.

233 woorden

Het zwembad

Gepost door jorrit in Fictie op 11 maart 2003

Het zwembad was nagenoeg leeg. Iemand trok ingetogen baantjes en zigzagde stukken voor de afwisseling. Ik stond aan de kant met een scherf in mijn voetkussen en een spoor van bloed achter mij.

(meer...)
245 woorden

Een enkele zin

Gepost door jorrit in Kritiek op 10 maart 2003

Het is zeldzaam dat ik overdonderd word door een enkele zin van een schrijver. Ik ben spaarzaam in mijn complimenten, maar ik vermoed dat de gevestigde Nederlandse schrijvers - die mijn aandacht als lezer mogen genieten - daar niet rouwig om zullen zijn. (Ik probeer slechts een context, van waaruit ik spreek, te scheppen voor de sporadische bezoeker.)

(meer...)
194 woorden

Merkwaardige vent

Gepost door jorrit in Fictie op 9 maart 2003

Een man belde. Hij vroeg: “Waarom heb je geprobeerd mij te bereiken? Je weet hoe ik gesteld ben op mijn privacy.”

(meer...)
218 woorden

Oude komedies

Gepost door jorrit in Fictie op 8 maart 2003

Als ik oude opnames van komedies met een beschamende belichting zie, word ik meestentijds door een gevoel van melancholie overmand aan het einde van de film. Niet zozeer omdat ik mij zo betrokken voelde bij de film of dat het einde zelf mij zo diepgeroerd heeft, maar omdat geluk nu voor eeuwig is vastgelegd.

(meer...)
103 woorden

Invalide

Gepost door jorrit in Fictie op 7 maart 2003

Op TV zag ik een man, die ternauwernood een ongeluk had overleefd, maar tegen een hoge prijs: beide benen was hij kwijtgeraakt. De interviewer vroeg hoe dit gemis op hem had uitgewerkt. De man wist te vertellen dat hij veel moeite heeft gehad zich aan te passen in een maatschappij waar benen regeren. En nog steeds heeft de man het gevoel vaak ongewenst te zijn in ruimtes, waar hij met zijn rolstoel niet naar binnenkomt. Een oproep aan iedereen in de naaste omgeving van de man op TV: heb begrip en hak uw benen eraf. Zo hoeft niemand nog een buitenbeentje te zijn.

(meer...)
303 woorden

Lastige passagier

Gepost door jorrit in Fictie op 6 maart 2003

Onlangs was een trambestuurder van de RET gewond geraakt, nadat een lastige passagier hem op het hoofd had geslagen.

(meer...)
100 woorden

Mijn radio

Gepost door jorrit in Fictie op 5 maart 2003

Ik stond gisternacht in het donker naar mijn radio te luisteren, terwijl achter mij een ramp geschiedde, waar de mensheid nog lang niet over uitgesproken zou zijn en een diepe groef in onze gemeenschappelijke ziel zou achterlaten. Voor mij stonden een tweetal mannen, die geconcentreerd probeerden te luisteren wat erop de radio werd gezegd. Zelf stond ik naar de sterren te turen in de hoop intelligent leven aan het firmament te zien verschijnen. Onderwijl werden wij drieën onder de voet gelopen door brandweerlui, die naarstig hun wagen schoonmaakten, voordat ze uitgezet zouden worden. Vanavond ga ik weer op pad.

(meer...)
268 woorden

Buschauffeur

Gepost door jorrit in Fictie op 5 maart 2003

Buschauffeurs hebben om een onverklaarbare reden de pik op mij, met hun loerende ogen en hun verwijtende gezichten. Als ik mijn studentenkaart - het toonbeeld van liefdadigheid - ter inspectie toon, vallen hun ogen weg in de slagschaduw van hun oogkassen en is de beleefdheid onmiddellijk verdwenen. Ze weigeren mij een teken van bevestiging te geven; met onuitgesproken afkeur bezien ze mij. Ik mag doorschuifelen. Schielijk moet ik een plaats of een stang voor houvast zien te vinden, vermits ik anders languit in het gangpad lig, zoekend naar mijn tanden.

(meer...)
248 woorden

Op ons hoofd

Gepost door jorrit in Fictie op 5 maart 2003

Toen ik onlangs door een van de andere sexe werd benaderd en volmondig op de wang werd gezoend, waarbij een voelbare plakkaat slijm werd achtergelaten, bedacht ik dat de schepping van de mens andersom is verlopen dan wordt beweerd. God begon bij ons hoofd, omdat het hoofd het centrum van ons zijn is. Daarna schiep hij de armen, zodat wij in staat zijn om ons te beschermen tegen gevaren van buitenaf (zoals een onverwachtse, kleffe zoen op een onverhoed moment door een onverhoopte dame). De borst werd het verbindingsstuk voor de armen en kon tevens gebruikt worden voor een bloedcirculatiesysteem, een ademhaling en een verteringsstelsel. Om ons gestalte te geven creëerde God de benen en voorzag ze met voeten om kwaadwillenden met een lucht van riekend tenenkaas te verjagen. We horen dus op ons hoofd door het leven te gaan!

(meer...)