484 woorden

Koffietijd

Gepost door jorrit in Fictie op 12 maart 2006

De pendelklok slaat het half uur. Het is half elf; koffietijd. Ik sta in de keuken en schenk de koffie in.
“Doet u nog suiker bij uw koffie, moeder?”, roep ik.
Het blijft stil. Ik zet de koffiepot neer en loop naar de woonkamer. Als ik binnenkom, zie ik dat ze met haar rechterhand naar haar hart grijpt.
“Jongen, je laat me schrikken!”
Ze kijkt me met grote ogen aan. Haar altijd bleke gezicht is even nog wat bleker.
“Sorry, mam. Ik wilde weten of u suiker in uw koffie wou.”
Haar gezicht ontspant weer.
“Graag jongen, maar je moet me niet meer zo laten schrikken.”
Ze draait haar hoofd van me af en kijkt naar buiten. Ik volg haar blik, maar bedenk me dan dat de koffie koud wordt.
“Oké”, zeg ik.
Terug in de keuken doe ik twee schepjes suiker in haar koffie, roer het even en zet vervolgens de kopjes samen met een schaaltje petitfours op het blad. Om haar niet opnieuw te laten schrikken, rammel ik af en toe met de kopjes, terwijl ik naar de woonkamer terugloop.
“De koffie!”, zegt ze verheugd. Ze pakt met haar handen de leuningen van haar stoel beet om op te staan, maar ze bedenkt zich op het laatste moment. Vervolgens opent ze een laatje naast haar en begint daarin te rommelen.
“Zo”, zeg ik. Ik maak plaats voor het blad op het kleine tafeltje en laat mij vervolgens naar achteren vallen in de stoel waar pappa vroeger zat. Hij ruikt nog steeds naar zijn sigaren.
“Zoekt u iets?”, vraag ik. Ze blijft driftig doorrommelen.
“Ach, waar is ’t toch?”, zegt ze geïrriteerd. Dan stopt ze en zakt terug in haar stoel. Voor een moment kijkt ze mij vragend aan. Plotseling graait ze onder haar been en haalt daar een wit, cilindervormig doosje te voorschijn.
“Je medicijnen?”, vraag ik.
Ze buigt naar voren en houdt het doosje boven haar kopje. Vervolgens drukt ze en twee zoetjes plonsen in haar koffie.
“Ma!”, roep ik, “Ik had al suiker bij de koffie gedaan!”
Ze kijkt verontwaardigd op.
“Dat had je me dan wel mogen zeggen, jongen.”
“Ik vraag het nog net aan u!”
“Ach, sorry, jongen. Ik ben tegenwoordig zo in de war.”
Ze kijkt van me weg en zucht. Ik zie een voorzichtig traantje in haar ogen glinsteren.
“Het is niet erg, moeder.”
Ze haalt haar neus op. Haar handen beginnen te trillen. Het traantje biggelt nu over haar wangen.
“Toen je vader nog leefde”, begint ze.
“Laat het gaan, moeder. Het is niet erg. Ik ben er nu voor u. Ik ga niet weg.”
“Ja, jij bent er nu”, fluistert ze. Ze glimlacht naar me. Ik glimlach terug. Dan zucht ze diep en pakt met haar beide handen, gekromd door de reuma, het kopje beet.
“Lekker, koffie”, zegt ze, terwijl ze terug in haar stoel zakt. “Had je er al suiker in gedaan?”

724 woorden

Cabriolet

Gepost door jorrit in Fictie op 6 maart 2006

“Maar ik hou niet meer van je.” Ik zei het alsof het al jaren overduidelijk was. Ik hou niet meer van hem. Ik had hem vanuit de auto opgebeld om hem uit te leggen waarom hij vanaf vanavond zelf de lasagne mocht klaarmaken. Zijn stem klonk fragiel. Ik had hem nog nooit zo meegemaakt. Hij leek ten einde raad.

(meer...)
441 woorden

De foto

Gepost door jorrit in Fictie op 26 februari 2006

Ik trof haar aan op een foto, die in een discotheek gemaakt was. Het leek druk die avond. Een waas van mensen, onherkenbaar door de slechte belichting en het wilde dansen, omringde haar. Op haar gezicht stond een geveinsde glimlach.

(meer...)
467 woorden

Vrouw in mondriaankleuren

Gepost door jorrit in Fictie op 14 februari 2006

Van een afstand bepaalde hij of de compositie klopte. “Kan ermee door”, mompelde hij en liep terug naar zijn ezel. Dit was de reden waarom hij om een groot atelier vroeg. Hij moest om het kunstwerk heen kunnen lopen. Het van verschillende hoeken kunnen aanschouwen zonder daarvoor het kunstwerk zelf te hoeven verplaatsen. Dit spreekt eigenlijk voor zich als je kunstenaar bent, vond hij. Zijn werkgever dacht daar echter anders over: “Wat nou kunstenaar? Je maakt stilleventjes en portretschilderijtjes voor Jan Modaal. Je deelt de ruimte maar een beetje.”

(meer...)
537 woorden

Atelier Jansen & Jansen

Gepost door jorrit in Fictie op 12 februari 2006

De telefoon ging. Het was niet elke dag dat hij wakker werd met een kater die zijn schedel leek te splijten, maar dit was een van die dagen. Hij ging rechtop op de bank zitten en probeerde voor een moment naar een vast punt te staren. Dit ging. Dronken was hij niet in ieder geval niet meer. Hij graaide naar de telefoon en nam op.

(meer...)
232 woorden

De piste

Gepost door jorrit in Fictie op 7 februari 2006

Ik zit in een stoel en kijk uit het raam. Daar zie ik mensen de piste afskiën. Dit doet mij terugdenken aan waarom ik in deze stoel zit.

(meer...)
58 woorden

Al te goed maakt de buurman gek

Gepost door jorrit in Fictie, Wedstrijd, Toneel op 23 december 2005

‘Hoge Nood’ is de jaarlijks terugkerende eenakterprijsvraag van Theatergroep Nooduitgang. Omdat mijn inzending nogal lastig te publiceren is binnen dit raamwerk (13 pagina’s, formattering voor dialoog), is deze apart als PDF te krijgen.

(meer...)
565 woorden

Donald Duck

Gepost door jorrit in Fictie, Wedstrijd op 12 december 2005

Dit is mijn inzending voor Het Kerstverhaal

(meer...)
1179 woorden

Grauwe lucht

Gepost door jorrit in Fictie, Wedstrijd op 5 november 2005

Helaas heb ik geen nominatie gekregen voor De Rotterdamse Schrijfwedstrijd van de SKVR. Onderstaande was mijn inzending:

(meer...)
987 woorden

Het allerallerliefste

Gepost door jorrit in Fictie, Wedstrijd op 17 oktober 2005

Voor ‘De Rotterdamse Schrijfwedstrijd 2005′, georganiseerd door de SKVR, heb ik een tweetal verhalen geschreven. Onderstaande zal ik niet inzenden. De beste zal ik na de wedstrijd publiceren.

(meer...)