<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!-- generator="wordpress/1.5.2" -->
<rss version="2.0" 
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
>

<channel>
	<title>wafel.org</title>
	<link>http://www.wafel.org</link>
	<description>Geschreven en gelezen door Jorrit Kronjee</description>
	<pubDate>Thu, 09 Nov 2006 22:26:59 +0000</pubDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=1.5.2</generator>
	<language>en</language>

		<item>
		<title>Het Uur U</title>
		<link>http://www.wafel.org/2006/11/10/het-uur-u/</link>
		<comments>http://www.wafel.org/2006/11/10/het-uur-u/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 09 Nov 2006 22:26:59 +0000</pubDate>
		<dc:creator>jorrit</dc:creator>
		
	<category>Columns</category>
		<guid>http://www.wafel.org/2006/11/10/het-uur-u/</guid>
		<description><![CDATA[&#226;Het is tijd&#226;, zegt de cipier. 
De gevange...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p>âHet is tijdâ, zegt de cipier.<br />
De gevangene zucht eenmaal diep en neemt een laatste slok van zijn wijn. Dan staat hij op en loopt richting de cipier.<br />
 âDeze kant op, meneer Hoesseinâ, zegt de cipier.<br />
De cipier leidt Saddam Hoessein naar een ruime kamer, die uit een podium en een spiegelruit aan de zijkant bestaat. Bij het zien van de strop boven het podium stokt Saddam even, maar de cipier dwingt hem het podium te beklimmen.<br />
Vanachter de spiegelruit is onverstaanbaar geroezemoes te horen.<br />
Saddam gromt. Het publiek is gearriveerd.<br />
Plotseling klinkt helder: âŰ§ÙÙÙŰȘ ÙŰ”ŰŻŰ§Ù!â (âDood aan Saddam!â)<br />
Even is het stil. Dan barst het los in haatkreten. Saddam, die inmiddels rechtop staat, begint driftig te gebaren en schreeuwt: âŰ„ÙÙ ÙÙÙ Ű§ÙŰŻÙŰȘŰ§ŰȘÙŰ±!â (âIk ben jullie dictator!â)<br />
Hij tiert en loopt rood aan.<br />
Een tweede cipier, die ondertussen het podium beklommen heeft, snelt naar Saddam toe en trekt hem haastig een kap over zijn hoofd. Saddam zwijgt en laat zich gedwee door de cipier naar zijn plek duwen. Terwijl de cipier de strop aantrekt, moet Saddam kokhalzen.<br />
Het publiek - nog altijd luidruchtig â begint met aftellen. 10, 9, 8 âŠ<br />
Vluchtig loopt de cipier weg. Saddam is nu alleen op het podium.<br />
Als de beslissende nul door de ruimte davert, slikt Saddam even.<br />
En terwijl het luik onder hem opent, en hij voor de laatste maal &#8220;Ű§ÙÙÙ ŰŁÙŰšŰ±â prevelt, is het advocaat Knoops die de executiezaal binnenstormt en schreeuwt: âStop de executie! Deze man is onschuldig!â</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRSS>http://www.wafel.org/2006/11/10/het-uur-u/feed/</wfw:commentRSS>
	</item>
		<item>
		<title>Opruiming</title>
		<link>http://www.wafel.org/2006/10/08/opruiming/</link>
		<comments>http://www.wafel.org/2006/10/08/opruiming/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 08 Oct 2006 11:39:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>jorrit</dc:creator>
		
	<category>Miniatuur</category>
		<guid>http://www.wafel.org/2006/10/08/opruiming/</guid>
		<description><![CDATA[Opruiming bij de Gall &#38; Gall!
Alles moet weg!...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p>Opruiming bij de Gall &#038; Gall!<br />
<a id="more-104"></a></p>
	<p>Alles moet weg!<br />
Op = op!</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRSS>http://www.wafel.org/2006/10/08/opruiming/feed/</wfw:commentRSS>
	</item>
		<item>
		<title>Genocide Cluedo</title>
		<link>http://www.wafel.org/2006/10/06/genocide-cluedo/</link>
		<comments>http://www.wafel.org/2006/10/06/genocide-cluedo/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 06 Oct 2006 00:16:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>jorrit</dc:creator>
		
	<category>Columns</category>
		<guid>http://www.wafel.org/2006/10/06/genocide-cluedo/</guid>
		<description><![CDATA[Opnieuw commotie rond mevrouw Albayrak! Een pij...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p>Opnieuw commotie rond mevrouw Albayrak! Een pijnlijke kwestie voor de PvdA! EenVandaag trok mijn aandacht met schreeuwerige koppen, waardoor ik er meteen middenin zat; de Armeense genocide. Whodunnit?<br />
<a id="more-103"></a></p>
	<p>Het Cluedo-plot ontplooide zich als volgt: mevrouw Albayrak, de tweede op de lijst van de PvdA, had een stuk voor Trouw geschreven en Ton Zwaan, genocidendeskundige van beroep, had daarop het stuk grondig bestudeerd en becommentarieerd (beelden van Ton Zwaan, die de sportsectie van de Trouw doorbladerde, volgden de voice-over).<br />
Ton Zwaan: âMevrouw Albayrak heeft een aantal dingen gezegd die heel dicht liggen bij de officiĂ«le Turkse ontkenningspolitiek.â Baf, hint nummer Ă©Ă©n, maar we gingen door! EenVandaag leidde mij verder door een kort segment over de gruweldaden die op de ArmeniĂ«rs zijn gepleegd. Massagraven en ondervoede lichamen brandden in op mijn netvlies.<br />
De co-auteur van het stuk in Trouw, Frans Timmermans, moest het onmogelijke mogelijk maken en Albayrak namens de PvdA verdedigen: âMevrouw Albayrak volgt de lijn van de PvdA en die zegtâŠâ. Het leek een hopeloze zaak. Zijn stem sprong over en hij raakte zichtbaar nerveus. Toch wist hij nog op de valreep te eindigen met âHet is kristalhelder.â<br />
EĂ©n ding was in ieder geval hierna wel kristalhelder. Frans Timmermans had het niet kunnen zijn. Zelfs het ontkennen van een wespengenocide had hem al van zijn stuk doen brengen. Maar wie had dan de Armeense genocide ontkend?<br />
We schakelden weer over naar Ton Zwaan, die de vraag âDenkt u dat hier nog veel mensen last van zullen hebben?â in bittere ernst bevestigend beantwoordde. Tranen sprongen in mijn ogen. Het moest Albayrak wel zijn geweest. Zwaans geveinsde piĂ«teit en zijn overduidelijk ter plekke verzonnen antwoord lieten daarover geen twijfel bestaan.<br />
Toch kon ik het niet laten om de waarheid van Zwaans beweringen zĂ©lf te staven en besloot daarom het stuk aan een onderzoek te onderwerpen.<br />
En inderdaad, nergens in het stuk erkent Albayrak letterlijk de volkerenmoord op de ArmeniĂ«rs. Een typisch geval van officiĂ«le Turkse ontkenningspolitiek. Behalve dan, impliciet misschien, in de titel: âZie de fouten uit het verleden onder ogenâ, de subtitel: âArmeense genocideâ, de eerste zin: âTurken, ook in Europa, moeten het debat over het uitmoorden van de Armeense bevolking aandurvenâ en feitelijk ook de rest van het stuk, maar het zou kunnen dat Ton Zwaan de ongeredigeerde versie had gelezen. Zulk soort dingen gebeuren nou eenmaal in die mediawereld.<br />
Maar wie had er dan ontkend? Immers, er waren nog meer politici die zich nog niet hadden uitgesproken over de Armeense genocide. Ik had bijvoorbeeld Jan Marijnissen nog nooit in zoveel woorden horen spreken over de Armeense genocide. En Femke Halsema? Deugde die eigenlijk wel of was dat ook een genocide-ontkenner? Hoe moest ik de zwijgende ontkenners van de latente erkenners scheiden?<br />
En toen viel het kwartje. Het was Ton Zwaan zelf die schuldig was! Hij was het die met een krant in zijn huiskamer bewijsmateriaal vervalste. Hij was het die Albayrak onterecht van ontkenningspolitiek betichtte. En hij was het die uiteindelijk voor de hetze bij EenVandaag zorgde. Er was hier geen ontkenning gepleegd, maar hoogstens bedrog. Wie had dat ooit gedacht?<br />
Genocide Cluedo blijft verrassen.
</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRSS>http://www.wafel.org/2006/10/06/genocide-cluedo/feed/</wfw:commentRSS>
	</item>
		<item>
		<title>De Opdracht</title>
		<link>http://www.wafel.org/2006/09/17/102/</link>
		<comments>http://www.wafel.org/2006/09/17/102/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 17 Sep 2006 13:31:08 +0000</pubDate>
		<dc:creator>jorrit</dc:creator>
		
	<category>Fictie</category>
	<category>Wedstrijd</category>
		<guid>http://www.wafel.org/2006/09/17/102/</guid>
		<description><![CDATA[Dit is mijn inzending geweest voor de schrijfwe...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p><em>Dit is mijn inzending geweest voor de schrijfwedstrijd, die georganiseerd was door het tijdschrift <a href="http://www.boekmagazine.nl/">Boek</a>. Het deel tot aan de streep is geschreven door Charles den Tex. De streep en de rest is van mijn hand. De wedstrijd is gewonnen door Set Pronk. </em></p>
	<p><a id="more-102"></a></p>
	<p>Bij uitgangen moet je oppassen. Vanuit een gebouw, waar je alles kunt overzien, naar buiten, de straat op. Altijd een moeilijk moment. Grote straten zijn lastig. Kleine straten zijn okĂ©. Parkeerterreinen zijn prima. Wel groot, maar overzichtelijk. Autoâs in vakken, geen doorgaand verkeer, geen wandelaars, fietsers, scooters, geen kinderen of honden. Twee keer kijken, klaar.<br />
Schiphol is een ramp.<br />
Ik deed het dopje in mijn oor, schakelde in en meldde mij bij de centrale.<br />
âJansen 3, Schiphol. Opdracht gearriveerd.â<br />
In mijn oortje hoorde ik de rustige stem van Brenda uit de controlekamer van JanSeco Persoonsbeveiliging.<br />
âCheckâ, zei ze. âHou âm heel.â<br />
Jergy Lavrov was mijn opdracht. Ongeschoren, diep in zijn winterjas weggedoken wachtte hij achter de glazen schuifdeuren tot ik mijn plaats had ingenomen. Een donkere zonnebril verborg zijn ogen. Hij knikte.<br />
Ik niet.<br />
Met een grote koffer in zijn hand liep hij de hal in. Automatisch schoof ik schuin achter hem, mijn pas synchroon met de zijne. In cadans. Mooi tempo, niet te snel. Lavrov was begin veertig, een lange tengere man. Onhandig. Meestal ben ik langer dan de opdracht, zodat ik de omgeving in de gaten kan houden. Met mijn linkerhand stuurde ik hem door de menigte. Luidruchtige groepen vakantiegangers, zakenmensen, hele families met kinderen en grootouders, neven en nichten, alles door elkaar.<br />
Het was juni, warm, en Lavrov had een winterjas aan. Geweldig. Hij was van een kilometer afstand te zien.<br />
Via de verhoogde gang liepen we naar het parkeerdek, laatste vak. Om ons heen werd het steeds rustiger.<br />
âHereâ, zei ik en ik wees naar de schuifdeuren.<br />
Lavrov bleef voor de deur staan. Uit mijn zak haalde ik een tracer, zette hem aan en gaf hem aan Lavrov.<br />
âJust in caseâ, zei ik.<br />
Hij knikte en liet het in zijn binnenzak glijden.<br />
âExcellentâ, zei ik. Ik ging naar buiten. Keek links en rechts. Er was niemand. In het vak direct naast de deur stond mijn grijze BMW. Ik duwde op het knopje van de afstandsbediening en de portieren sprongen van het slot. Met drie passen was ik bij de auto, deed het achterportier open en stapte opzij, keek nog Ă©Ă©n keer om me heen en knikte naar Lavrov. Snel schoof hij zijn koffer op de achterbank en ging er zelf naast zitten. Ik deed het portier dicht en stapte voorin.<br />
âGoodâ, zei Lavrov. âPlease, to hotel now. Yes.â</p>
	<p>Lavrov was een investeerder uit Rusland en had anderhalve dag beveiliging nodig, totaal vijfendertig uur. Dan moest hij op het vliegtuig terug zitten. Zijn schema was simpel, al zijn afspraken waren op anonieme kantoorlocaties in buurten zonder woningen, zonder cafĂ©s en zonder straatleven. Geen probleem.<br />
Hij was een gesloten man. Na elke afspraak leek hij zich verder terug te trekken achter zijn zonnebril, zijn blik gericht op dingen die ik niet kon zien. Bezeten mompelend in zijn mobiele telefoon, zijn linkerarm op de koffer die geen seconde van zijn zijde week. Hij had haast.<br />
âGo!â, zei hij. âQuickly. Please.â<br />
We reden naar Den Haag, de derde afspraak, in een oud bedrijfspand aan de rand van de stad. Rommelige wijk. Glanzende nieuwbouw naast kantoortjes, werkplaatsen en vervallen loodsen. Ik liep mee naar binnen en wachtte tot Lavrov werd opgehaald door een korte, gezette man. Kalend hoofd. Begin vijftig. Dure kleren en een penetrante aftershave. Zelf bleef ik in de grote, lege hal. Achter de balie zat een jonge vrouw, net in de twintig, lang donker golvend haar. Veel te mooi voor deze buurt. Op een klein bordje stond haar naam: Jolanda Schermer.<br />
âZit u ook in onroerend goed?â, vroeg ze.<br />
âVoor jou zit ik overal inâ, zei ik.<br />
Ze lachte. âOveral is misschien een beetje veel.â<br />
In mijn oortelefoontje klonk de onverstoorbare stem van Brenda. âBlijven we wel bij de les?â<br />
Buiten liepen drie mannen naar hun auto, een rode Alfa. Opzichtige auto. Opzichtige mannen. All clear.</p>
	<p>Aan het einde van de middag draaide ik de auto van de A4 af naar het brugrestaurant.<br />
Niet mijn keus. Onoverzichtelijk druk. Een nachtmerrie voor beveiligers. Geduldig reed ik rondjes tot ik een parkeerplaats vond pal tegenover de ingang van het gebouw. Ik liet de motor stationair draaien en keek om me heen, klaar om op elk moment weer weg te rijden.<br />
Lavrov was ongeduldig. Ik sloot me af voor zijn opmerkingen en concentreerde me. Systematisch nam ik de omgeving in me op. Eerst de autoâs direct naast ons. Dan de autoâs iets verderop. Zo steeds verder tot ik het hele terrein had bekeken.<br />
âWe go now?â Lavrov had er genoeg van.<br />
Ik schudde mijn hoofd. âOne minuteâ, zei ik, geĂŻrriteerd. Ik hield er niet van als een opdracht me onder druk zette. Nog eenmaal keek ik om ons heen. Te haastig, dat wist ik, maar alles leek in orde.<br />
âLetâs goâ, zei ik.<br />
Samen liepen we het gebouw in, langs de Burger King, naar de roltrap. Tien meter achter ons drie mannen in grijze pakken, met fel gekleurde dassen, zware schouders en doelgerichte bewegingen. Te opzichtig. Rode Alfa, dacht ik. Het waren dezelfde mannen die ik in Den Haag had gezien. Nu waren ze hier. Te dichtbij. Te snel. Ik keek ze aan, de blik in hun ogen hield geen verband met hun zogenaamde geanimeerde gesprek. Ik dacht niet meer na. Ik deed.<br />
âJansen 3. Ontwijkende actieâ, zei ik in mijn microfoontje.<br />
âCheckâ, zei Brenda.<br />
âEigen auto onbereikbaar.â<br />
âCheck.â<br />
Razendsnel keek ik om me heen. Lavrov had niets in de gaten. Een van de mannen stapte op de roltrap achter ons, de andere twee namen de gewone trap ernaast. Twee treden tegelijk. Ik legde een hand op Lavrovâs rug en duwde.<br />
âMove!â, zei ik. âNow. Go!â<br />
Hij reageerde onmiddellijk. We persten ons langs de andere mensen omhoog. Met elke stap voerde ik de druk op. We moesten eerder boven zijn, dan lag het hele brugrestaurant voor ons open om weg te komen. Ik ramde een man opzij en forceerde een doorgang. De man verloor zijn evenwicht en viel achterover. Een paar tellen later was de roltrap veranderd in een worstelende kluwen mensen. Met al mijn kracht duwde ik Lavrov voor me uit en op volle snelheid renden we het restaurant in. Terug kon niet meer, die weg was afgesneden. Al rennend smeet ik tafeltjes en stoeltjes voor de voeten van onze achtervolgers.<br />
Aan de andere kant holden we naar buiten. Rechts kwam een auto aanrijden, op zoek naar een parkeerplaats. Ik stuurde Lavrov ernaartoe. Mijn ogen schoten heen en weer, van de bestuurder van de auto naar de uitgang van het gebouw. Even later stormden de drie mannen naar buiten en ik wist dat ik snel moest handelen. Lavrov liep volledig in het zicht, zonder enige dekking. Ik stapte opzij om hem tussen mijzelf en de auto te manoeuvreren en op hetzelfde moment klonk een korte droge knal. Pijn schoot door mijn schouder, de klap gooide me tegen Lavrov aan. Hij greep me vast, hield me overeind en duwde me vooruit. Met elke pas die we zetten, werd de marge kleiner. Ik moest iets doen, anders zou ik Lavrov niet meer kunnen beschermen. De opdracht was in gevaar.<br />
Ik rukte het portier van de auto open, haalde een mes uit mijn zak, sneed de veiligheidsgordel door en sleurde de bestuurder eruit. Lavrov trok het achterportier open en dook met zijn koffer de auto in. Ik hees me achter het stuur, trok het portier dicht en gaf gas. We stoven het parkeerterrein af. Achter me hoorde ik Lavrov panisch bellen. Onbegrijpelijke Russische woorden klonken vreemd en angstig tegelijk.<br />
âJansen 3â, zei ik in mijn microfoontje, ânu in groene CitroĂ«n C5.â<br />
Het bleef stil. De stem van Brenda was er niet.<br />
âJansen 3!â, gilde ik, krimpend van de pijn. Tegelijkertijd voelde ik onder mijn jasje het gebroken draadje van de headset tussen mijn vingers. Niks bijzonders, eenvoudig te repareren, maar niet nu. Mijn hoofd duizelde, en met elke kilometer die ik verder reed werd de pijn in mijn schouder erger. Steken trokken door mijn arm en mijn borst. Het enige wat nog in mijn hoofd hamerde, was dat ik het hotel moest bereiken. Hoe dan ook.</p>
	<p>Midden in de nacht werd ik wakker, dwars over de voorstoelen van de gestolen auto. Om mij heen was het stil. Ik hees me overeind en keek achterom, naar de achterbankâŠ</p>
	<p>&#8212;</p>
	<p>Daar lag Lavrov, heftig ademend. Uit een gapende hoofdwond stroomde bloed over zijn gezicht. In zijn wang had een mes diepe kerven achtergelaten. Zijn ogen had hij gesloten.<br />
Een stekende pijn die plotseling in mijn hoofd opwelde, deed mij weer herinneren wat er gebeurd was.<br />
Enige tijd had ik onze belagers nog van ons af weten te houden, maar toen ik met de CitroĂ«n een doodlopend weggetje in draaide, zaten we als ratten in de val. Terwijl een van de mannen in de rode Alfa achterbleef en de terugweg geblokkeerd hield, hielden de andere twee mij en Lavrov onder schot. Stap voor stap naderden ze ons auto. Door mijn open raam hoorde ik ze opgewonden met elkaar praten. Italiaans, geloof ik. Toen ze twee meter voor mijn deur waren, stopten ze.<br />
âUit auto. Nu!â, schreeuwde een van de twee.<br />
Langzaam, omdat ik nog steeds onder schot stond, deed ik de deur open en stapte uit. Lavrov hield zich van de domme en bleef op de achterbank zitten. Achter zijn donkere glazen zag ik dat hij gespannen was.<br />
âJij uit autoâ, schreeuwde de Italiaan opnieuw.<br />
âYou need to get out of the carâ, vertaalde ik voor Lavrov, hoewel ik wist dat hij het al begrepen had.<br />
Lavrov bleef zwijgend zitten. De Italiaan die tot nu toe het woord had gevoerd, knikte naar zijn partner, die onmiddellijk de achterdeur opentrok en Lavrov de auto uit sleurde. Hij gaf Lavrov een stomp in de buik en hees hem toen overeind. Lavrov kreunde ingehouden.<br />
âYou speak English only?â, vroeg de Italiaan. Voordat Lavrov kon antwoorden, griste de Italiaan de zonnebril van zijn neus.<br />
Lavrov sloeg zijn ogen neer en knikte licht.<br />
âGoodâ, zei de andere Italiaan.<br />
 âWie ben jij?â, vroeg hij vervolgens aan mij.<br />
Ik vroeg me af of Brenda al versterking had ingeschakeld. Ze moest het gemerkt hebben, toen mijn signaal dood was gegaan. Lavrov had een tracer bij zich. Hoe lang zou het duren voordat ze hier arriveren? Vijf, tien minuten hoogstens? Ik moest tijd zien te rekken. Ik mocht Lavrov niet verliezen.<br />
âSilvio Berlusconiâ, antwoordde ik met een stalen gezicht.<br />
De Italiaan haalde zijn neus op, stapte naar voren en tastte mijn zakken af. Gedachten schoten door mijn hoofd. Wat moest ik doen?<br />
Uit mijn binnenzak haalde hij mijn portemonnee te voorschijn en gaf het aan zijn partner. Hij doorzocht mijn portemonnee en liet toen mijn bedrijfspasje aan de ander zien.<br />
âSicurezzaâ, zei hij.<br />
âBellissimoâ, antwoordde de Italiaan. Vervolgens keek hij mij aan. Een kleine glimlach verscheen op zijn gezicht.<br />
âSorryâ, zei hij en sloeg mij met de kolf van zijn pistool op mijn schouderwond. Ik viel op mijn knieĂ«n. Ik was duizelig van de pijn. Ze moeten nu komen, dacht ik. Waar blijven ze? Nogmaals hoorde ik hem sorry zeggen. En met de klap die daarop kwam, gingen de lichten uit.</p>
	<p>De radio was eenvoudig te repareren. In het handschoenenkastje vond ik een klein zakmesje, waarmee ik de draden kon strippen. Als ik niet te veel bewoog, was Brenda goed te verstaan.<br />
âJansen 3, wat is de status?â, was het eerste wat ik haar hoorde zeggen.<br />
âJansen 3 hier. Opdracht is veilig, maar toegetakeld. Ben zelf geraaktâ, zei ik.<br />
Haar stem maakte me rustig. De auto rook naar bloed en zweet, de pijn in mijn schouder verlamde mijn gehele linkerarm, maar door haar wist ik mij even te ontspannen.<br />
âCheckâ, zei ze, âWat is uw locatie, Jansen 3?â<br />
âErgens in een doodlopend straatje aan de rand van de stadâ, zei ik, terwijl mijn blik op zoek ging naar een straatnaambordje.<br />
âEerste prioriteit is het bepalen van de locatieâ, zei Brenda.<br />
âBegrepenâ, zei ik. Ik opende de deur van de auto. De koele, frisse lucht van de nacht blies langs me heen.<br />
Strompelend liep ik naar het begin van de straat. Daar zag ik in het halfduister een bordje hangen. Slagerssteeg. Ik liep terug naar de auto en meldde mij weer bij Brenda.<br />
âJansen 3, Slagerssteegâ, zei ik.<br />
âCheckâ, zei ze. Het bleef even stil. Toen herinnerde ik mij weer de tracer.<br />
âIs de tracer niet op de scanner verschenen?â, vroeg ik. In de binnenspiegel zag ik Lavrov langzaam weer tot bewustzijn komen.<br />
âJawelâ, zei ze, âmaar die vonden we terug in een verlaten, rode Alfa Romeo in het centrum van de stad.â<br />
Ik vloekte binnensmonds. De Italianen hadden geweten hoe wij werken. Waarschijnlijk hadden ze Lavrov direct nadat ik het bewustzijn verloor, gefouilleerd en de tracer aangetroffen.<br />
Plotseling hoorde ik Lavrov gillen. Eerst in het Russisch, toen in het Engels.<br />
âMy suitcase! Where is my suitcase?â<br />
Ik keek om mij heen. Geen koffer te zien. Daar waren de Italianen dus naar op zoek. Dat is wat ze wilden.<br />
 âOpdracht is weer bij bewustzijnâ, zei ik.<br />
âMooiâ, zei ze. âBlijf daar, we hebben je gelokaliseerd. We komen je ophalen.â<br />
âBegrepen.â<br />
Lavrov was inmiddels de auto uitgestapt, op zoek naar de koffer. Wankelend stond hij het steegje af te speuren.<br />
âThey are coming to pick us upâ, riep ik naar hem.<br />
âWho?â, vroeg hij, terwijl hij terug naar de auto liep. Toen zag ik dat zijn rechterhand een vinger miste. Omdat zijn gehele pak onder het bloed zat, viel het niet meteen op, maar waar eens zijn wijsvinger had gezeten, zat nu een bloederig stompje.<br />
âWhere is your finger?â, vroeg ik en wees naar zijn hand.<br />
De Rus keek naar zijn vinger. Ik zag aan zijn blik dat het nog niet tot hem was doorgedrongen.<br />
âMy agency will send someone to take us to the hospitalâ, zei ik.<br />
Lavrov stapte weer achter in. Ik sloot mijn ogen en zuchtte diep. Het was beter om nu proberen te ontspannen. Ik had een hoop bloed verloren, maar Lavrov leefde nog. De verdere afwikkeling zou voor het kantoor zijn.<br />
âWhen they come?â, hoorde ik achter mij.<br />
âOh, any minute nowâ, antwoordde ik.<br />
Toen voelde ik iets zwaars op mijn hoofd vallen. De wereld begon te tollen. Opnieuw een klap. En weer was alles zwart.</p>
	<p>De pijn in mijn hoofd toen ik wakker werd was niet te harden. Ik lag op mijn zij met mijn benen opgevouwen in een broeierige, pikzwarte ruimte. Ik voelde dat de radio uit mijn zak was gehaald. Voorzichtig tastte ik met mijn hand de omgeving af. Zonder mij te strekken, kon ik de wanden van de ruimte aanraken, die bekleed bleken te zijn met ruwe, stoffen matten. Verder aftastend kon ik maar Ă©Ă©n ding concluderen; Lavrov had mij in de achterbak van de auto opgesloten.<br />
Toen hoorde ik stemmen. Het geluid was verwrongen; ik verstond niet wat er gezegd werd, maar het waren duidelijk stemmen. In de hoop hun aandacht te trekken begon ik op de achterklep te bonzen. Eerst voorzichtig, toen met volle kracht. De stemmen kwamen dichterbij. Er werd een sleutel in het slot gestoken. De achterklep sprong open.<br />
Het felle TL-licht van de garage overweldigde mij voor een moment. Toen herkende ik twee silhouetten, die voor mij stonden.<br />
âIk hoop dat u een aangename reis heeft gehad, meneer Jansenâ, zei het ene silhouet met een sterk Russisch accent.<br />
De ander, die duidelijk fors gebouwd was, boog zich voorover, tilde mij uit de achterbak en zette mij op mijn benen. Ik voelde mij duizelig. Pijnscheuten gingen door mijn gehele lichaam. Ik proefde bloed in mijn mond. Langzaam wenden mijn ogen aan het licht.<br />
âLaat ik mij even voorstellen, ik ben Vadim Petrovitsjâ, vervolgde de Rus.<br />
âEn dit hierâ, zei hij en wees op de kleerkast, die mij zojuist uit de auto had getild, âis mijn compagnon Jorgi.â<br />
Jorgi gromde even.<br />
Zowel Petrovitsj, als Jorgi zagen er louche uit. Petrovitsj had vettig haar dat strak naar achteren was gekamd en droeg onder zijn pak cowboylaarzen. Jorgi had een pokdalig gezicht en bicepsen die uit zijn pak leken te spatten.<br />
âKan ik u soms iets te drinken aanbieden?â, zei Petrovitsj. Hij draaide zich om en gebaarde mij mee te komen. Hierop legde Jorgi zijn hand op mijn goede schouder en duwde mij naar voren. We liepen.<br />
De garage zag er verlaten uit. Enkele autoâs stonden op een brug, hier en daar stonden wat auto-onderdelen tegen de muur en er hing een geur van rubber en motorolie. Mijn blik ging op zoek naar een vluchtweg, maar Jorgi duwde mij ruw vooruit.<br />
We stapten een aangrenzend kantoortje binnen, dat middels een glazen ruit overzicht had over de gehele garage.<br />
âGa toch zittenâ, zei Petrovitsj. Prompt duwde Jorgi mij in een stoel.<br />
âIets te drinken, dusâ, mompelde Petrovitsj. Hij opende de koelkast, haalde een fles wodka uit een klein koelkastje en bood mij een glas aan.<br />
âNee, dank u. Heeft u misschien een glas water?â, zei ik. Mijn stem klonk hees. Ik schraapte mijn keel.<br />
 âOok goedâ, zei Petrovitsj. âHaal voor meneer even een glas water, Jorgi.â<br />
Jorgi gromde en verliet het kantoor. Petrovitsj schoof wat papieren op het bureau opzij en ging op de rand zitten. Door zijn jasje schemerde de bobbel van een schouderholster.<br />
âDat is een nare schouderwond, die u daar heeftâ, zei Petrovitsj, âdaar zou u eens iemand naar moeten laten kijken.â<br />
Vervolgens pakte Petrovitsj het glas en sloeg de wodka in een keer achterover. Terwijl hij het zich luidkeels liet smaken, keerde Jorgi terug met een glas water.<br />
âAh, het watertje voor meneerâ, zei Petrovitsj. Petrovitsj zette zijn glas neer en knikte naar Jorgi, die daarop mijn hoofd vastpakte en mij dwong te drinken. Water liep in straaltjes langs mijn wangen. Het was te veel en te snel. Toch protesteerde ik niet. Ik wist waar dit gesprek heen zou gaan. En ik wist dat ik daar al mijn krachten voor nodig zou hebben.<br />
Toen Jorgi klaar was, draaide hij zich van me af en ging achter mij staan met zijn hand op de leuning van mijn stoel.<br />
Dit was het signaal voor Petrovitsj om op te staan en door het kantoor te lopen.<br />
âGoed, nu u uw dorst heeft gelest, kunt u misschien wat vragen voor ons beantwoorden. U ziet, wij zitten met een probleem. Er is namelijk iets van ons gestolen. Iets dierbaars. We zouden het graag terug willenâ,  zei hij. Petrovitsj keek mij aan.<br />
âIk heb niets van jullieâ, zei ik. Petrovitsjâ ogen schoten naar Jorgi, die met een greep die botten zou kunnen breken, in mijn gewonde schouder kneep. Ik kreunde.<br />
âWacht totdat ik een vraag stelâ, zei Petrovitsj plotseling opvliegend. âAls u mij continu interrumpeert, zal Jorgi maatregelen moeten nemen.â<br />
Jorgi gromde instemmend.<br />
âGoed, ik besef dat uw tijd ook kostbaar is. Kunt u mij daarom kort vertellen wat uw relatie met de Italianen is?â, zei Petrovitsj.<br />
âWelke Italianen?â, zei ik. Ik speelde verbaasd.<br />
Petrovitsj sloeg met zijn hand tegen een metalen kast. De klap klonk oorverdovend in het kleine kantoor.<br />
âU weet best over wie ik het hebâ, donderde Petrovitsj. Hij knikte weer naar Jorgi. Jorgi kneep hard. Ik kreunde opnieuw.<br />
âWaarom vraag je me niet waar de koffer is?â, vroeg ik.<br />
âOkee, goed, waar is de koffer?â, herhaalde Petrovitsj.<br />
Ik schudde mijn hoofd en begon te lachen. Steeds harder. Ik bulderde. Het werkte aanstekelijk. Petrovitsj begon ook te lachen. We lachten gezamenlijk. Zelfs Jorgi leek te grinniken. Toen hield Petrovitsj plotsklaps op. Zijn ogen spoten vuur. Ik stopte met lachen.<br />
âEn?â, vroeg hij. Hij keek me strak aan.<br />
âIk weet niet waar de koffer is, maar aangezien wij hier toch allemaal zitten om die ene vraag beantwoord te krijgen, dacht ik dat ik je de moeite kon besparenâ, zei ik. Ik glimlachte voor een moment schaapachtig en keek Petrovitsj aan.<br />
Met twee passen, die eerder sprongen leken, stond Petrovitsj voor mij. Uit het niets leek zijn vuist te komen, die met volle snelheid op mijn neus insloeg. Ik hoorde het bot kraken.<br />
âAuâ, riep ik uit.<br />
Ik greep naar mijn neus. Bloed stroomde mijn mond in. Ik spuugde een bloederige fluim uit voor de voeten van Petrovitsj.<br />
âEn wat een manierenâ, zei Petrovitsj met zijn armen geheven. Petrovitsj schudde zijn hoofd, draaide zich om en liep naar de metalen kast, waar hij zoĂ«ven tegen had geslagen.<br />
âMag ik u er even aan herinnerenâ, zei Petrovitsj, terwijl hij de kast openmaakte, âwat er gebeurt met mensen die mijn vragen niet beantwoorden?â<br />
Piepend zwaaide de kastdeur open. Petrovitsj deed een stap naar achteren en wees naar de kast. Ik volgde zijn vinger en schrok toen ik zag wat hij bedoelde. Daar, in de kast weggemoffeld, lag het stoffelijk overschot van Jergy Lavrov; mijn opdracht. Over zijn hoofd was een doorzichtige plastic zak getrokken. Verschrikking was in zijn ogen af te lezen.<br />
âJe neemt je beste vriend. Je vraagt hem om een koffer te bewaken. EĂ©n simpele koffer. Dat is alles!â, riep Petrovitsj verontwaardigd tegen mij.<br />
Ik bleef stil. Petrovitsj draaide zijn hoofd weg en mompelde iets onverstaanbaars. Hij leek in gedachten verzonken te zijn.<br />
âGoedâ, zei Petrovitsj, âlaat de heer Jansen maar even nadenken over zijn antwoorden, Jorgi. Gooi hem in het hok.â<br />
Ik hoorde Jorgi gnuiven. Grote handen trokken mij uit mijn stoel en duwden mij naar de deur. Wankelend op mijn benen liep ik naar buiten.<br />
Achter mij hoorde ik Petrovitsj nog schreeuwen: âEn Jergy wil ook graag zijn vinger terug. Waar is in godsnaam zijn vinger gebleven?â</p>
	<p>Het hok was klein, maar nog altijd groter dan de achterbak van een CitroĂ«n C5. Ik lag op de grond. Mijn handen en voeten waren gebonden. Boven mij hingen vuile overalls en zweetschoenen. Ik dacht aan de ondervraging van zojuist.<br />
Wat de koffer dan ook bevatte, het was duidelijk dat de Russen de koffer koste wat kost wilde hebben. En ze zouden daarvoor niemand sparen.<br />
Ik schatte mijn kansen in. Het was onmogelijk dat Brenda nog wist waar ik was. Ik had geen radio, geen tracer, geen telefoon, niets. Als ik nog gered zou kunnen worden, zou ik dit zelf moeten forceren. Ik moest hier weg. En wel nu.<br />
Mijn handen waren op mijn rug gebonden. Normaliter zou dit geen probleem zijn, als ik niet een schotwond in mijn schouder had gehad, die met de minuut pijnlijker leek te worden. Toch moest ik het proberen.<br />
Ik maakte mijn armen zo lang mogelijk. De pijn in mijn schouder deed mij duizelen, maar ik zette door. Ik vouwde mijn benen op en haalde langzaam mijn armen over mijn benen heen. Ik voelde hoe de wond weer openscheurde. Nieuwe, rode plekken verschenen op mijn toch al bebloede overhemd. Ik kreunde stilletjes.<br />
Ik had nu mijn armen voor me. Na enig wrikken kon ik mijn benen met mijn handen bevrijden. Ik stond op en keek om me heen, op zoek naar iets scherps om mij van de resterende touwen te bevrijden. Toen ik dat niet kon vinden, probeerde ik de deur te openen. Deze bleek niet op slot te zitten. Met een korte klik en een licht gekraak duwde ik de deur open. Vrijheid lonkte.<br />
Behoedzaam stapte ik het hok uit en luisterde naar de geluiden. In de verte hoorde ik Petrovitsj in het kantoor een monoloog houden tegen Jorgi, die af en toe een instemmend geluid liet horen. Verder was het stil.<br />
Ik dacht na over een vluchtroute. Lavrov moest haast gehad hebben, toen hij de auto parkeerde. De auto moest dus wel dichtbij een uitgang staan. Althans, dat nam ik aan. Waarom had ik niet beter gekeken toen ik de kofferbak uitkwam? Ik moest nu gaan gokken.<br />
Ik besloot dat teruggaan naar de CitroĂ«n mijn beste optie zou zijn. Om daar te komen, moest ik langs het kantoortje, dat overzicht had over de gehele garage. Ik haalde diep adem en begon te kruipen.<br />
De vloer was vettig en ruw onder mijn ellebogen. Half tijgerend, half kruipend naderde ik het kantoortje. De deur was dicht. Petrovitsj was nog steeds aan het praten. Blijf rustig praten, dacht ik. Muisstil gleed ik over de vloer. Elke beweging in slowmotion. Nog even. Ik was er bijna. Toen zweeg Petrovitsj. Het werd doodstil in het kantoor. Ik verstijfde.<br />
Plotseling hoorde ik voetstappen. Ik drukte mij tegen de muur naast de deur. Als de deur zou openzwaaien, zou ik niet meteen opvallen. Het was risicovol, maar het was mijn enige kans.<br />
Toen hielden de voetstappen op. Ik wachtte een minuut. Twee minuten. Het bleef stil. Ik begon weer te kruipen. </p>
	<p>De contactsleutels zaten nog in de CitroĂ«n. Jammer genoeg was het geen automaat. Ik zou met gebonden handen moeten schakelen. Voor mij lag de straat open. Hoe had ik over het hoofd kunnen zien dat de CitroĂ«n voor een open garagedeur geparkeerd stond? Ik startte de auto, boog voorover om te schakelen en liet de auto stil de straat op rollen.</p>
	<p>Terwijl ik reed, keek ik in mijn binnenspiegel om te kijken of ik achtervolgd werd. Ik keek de eerste paar straten continu, daarna regelmatig en toen ik de snelweg op was af en toe. Niemand volgde mij. Het was vijf uur âs nachts, de wegen waren leeg en ik nam veel bochten.<br />
Ik had eerst overwogen om naar het ziekenhuis te gaan, maar ik besefte mij toen dat dat te veel vragen met zich mee zou brengen. Ik zag eruit als iemand die in de verkeerde zaken verzeild was geraakt. Gewelddadige zaken. En hoe zou ik die schouderwond verklaren? Ik moest eerst met het kantoor gesproken hebben, voordat ik iets zou kunnen doen.<br />
Mijn handen omklemde het stuur. Mijn schouder was verstijfd. Ik had kunnen proberen iets scherps te vinden om mijn handen van het touw te ontdoen. Het maakte nu niet meer uit. Nog een kwartier rijden, dan zou ik op het kantoor zijn.<br />
Plotseling dook er links van mij een zwarte Mercedes met geblindeerde ruiten op. De auto was met een flinke snelheid aan komen rijden, maar remde af toen hij naast mij reed. Ik probeerde hem te ontvluchten en gaf wat extra gas, maar de auto bleef aan mijn linkerkant plakken. Wat wilde hij van me?<br />
Toen zag ik voor mij het bordje voor de afslag opdoemen. Ik gaf richting aan. De Mercedes deed hetzelfde. Ik gaf nog eens extra gas, maar de Mercedes bleef volgen. Toen zwenkte de Mercedes plotseling naar links uit en stuurde vervolgens hard naar rechts in. Mijn auto schudde van de klap en werd tegen de vangrail aangedrukt. Links en rechts van mij zag ik vonken van metaal tegen metaal. De auto was stuurloos.<br />
Ik trapte vol op de rem. Even ontsnapte ik uit de klem van de Mercedes, maar voordat ik naar links kon wegdraaien, zat de Mercedes weer naast mij. Ik bleef remmen, maar telkens zat de Mercedes naast mij voordat ik iets kon verrichten. Uiteindelijk stonden wij vijftig meter voor de afslag stil.<br />
De deuren van de geblindeerde Mercedes vlogen open. Een van de twee mannen die uitstapten herkende ik als de Italiaan die mij eerder had neergeslagen. Hij had wederom dezelfde flauwe glimlach op zijn gezicht.<br />
De ander nam mij kort op en zei: âIk zie dat je reeds gebonden bent. Dat komt mooi uit. Stap maar in.â</p>
	<p>Weer zat ik op een stoel met een bodybuilder om mij heen. Weer werden er vragen gesteld waar ik het antwoord niet op wist. Wat is je relatie met de Russen? Waarom bewaakte jij de koffer? Wat denk jij dat er in de koffer zit? Ik wist het niet. Ik was doodop en stond op het punt om weer het bewustzijn te verliezen.<br />
De Italiaan voor mij had een vriendelijk gezicht. Hij had eerst geprobeerd mij met eten en drinken te paaien, maar inmiddels was hij op martelen overgegaan. Bij elk incorrect antwoord, hamerde de bodybuilder op commando op mijn gezicht.<br />
âIk vraag het nog eenmaal. Wat bevat de koffer?â, schreeuwde de Italiaan.<br />
âIk weet het niet!â, riep ik uit, terwijl ik bloed rochelde.<br />
De Italiaan keek me strak aan. De bodybuilder boog zich over mij heen, klaar om opnieuw op mijn gezicht in te slaan. De Italiaan dacht even na en maakte toen een afhoudend gebaar. De bodybuilder gehoorzaamde en stapte naar achteren.<br />
âMisschien weet je hier dan het antwoord opâ, zegt de Italiaan.<br />
Hij schoof een la van zijn bureau open en haalde er een klein doosje eruit. Voorzichtig tilde hij het deksel op en schoof het doosje naar mij toe.<br />
Met mijn laatste krachten boog ik voorover en keek door mijn bijna dichtgeslagen ogen naar de inhoud van het doosje. Het was onmiskenbaar de ontbrekende vinger van Lavrov op een bedje van verpakte ijsklontjes. De Italianen hadden hem toch meegenomen.<br />
âIs de vingerafdruk misschien een sleutel tot iets?â, vroeg de Italiaan.<br />
Het begon in mijn hoofd te tollen. De Italianen hadden iets gestolen van de Russen waarvan ze niet wisten wat het was, de Russen verdachten mij ervan samen te werken met de Italianen en de Italianen waren ervan overtuigd dat ik met de Russen samen heulde. Daarbij leek niemand werkelijk te weten wat er in die koffer zat. Ik gaf het op. Ik keek de Italiaan nog een keer aan, grijnsde en verloor toen het bewustzijn.<br />
Wat daarna gebeurde, gebeurde in een waas. Toen ik ontwaakte stond Petrovitsj plotseling naast mij. De bodybuilder lag trillend op de grond. Onder hem lag een plas bloed die snel uitdijde.<br />
âHoe hebben jullie mij gevonden?â, stamelde ik.<br />
âWij kennen ook dat traceertrucjeâ, zei Petrovitsj en glimlachte.<br />
Achter mij hoorde ik mannen slaags raken met andere mannen. Italiaans, Russisch, Nederlands en een hoop schoten. Opnieuw zakte ik weg in mijn comateuze slaap.</p>
	<p>Toen ik opnieuw wakker werd, lag ik in het ziekenhuis. De zon scheen in mijn gezicht. Naast mij stond een fruitmand van JanSeco Persoonsbeveiliging. âBeterschapâ stond er op het kaartje. Ik keek de zaal rond. Hoe was ik hier terechtgekomen? Had ik in de commotie weg kunnen komen?<br />
De deur van de zaal stond open. Buiten op de gang zag ik een man met een verpleegster praten. Hij had een pak aan. Een grijs pak met een fel gekleurde das. Opzichtig. Te opzichtig. Rode Alfa.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRSS>http://www.wafel.org/2006/09/17/102/feed/</wfw:commentRSS>
	</item>
		<item>
		<title>Dag des Oordeels</title>
		<link>http://www.wafel.org/2006/05/15/dag-des-oordeels/</link>
		<comments>http://www.wafel.org/2006/05/15/dag-des-oordeels/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 15 May 2006 15:22:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>jorrit</dc:creator>
		
	<category>Fictie</category>
		<guid>http://www.wafel.org/2006/05/15/dag-des-oordeels/</guid>
		<description><![CDATA[Vandaag ontmoette ik de man die ik een jaar gel...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p>Vandaag ontmoette ik de man die ik een jaar geleden zelf was. Ik was door zijn voortuin heengelopen en had bij hem aangebeld.<br />
<a id="more-101"></a></p>
	<p>Het was een voortuin met een keurig gemaaid gazonnetje en in het midden een klein appelboompje, waar wat schamele vruchten aanhingen. Aan de rand van de tuin, tussen de bieslook en de kruizemunt en in de schaduw van het appelboompje, stond een felgekleurde tuinkabouter met kruiwagen. Het was een overbekend tafereeltje. Dit had ik reeds vele malen eerder gezien.<br />
Toen de man echter de deur opendeed, en mij vanachter zijn zonnebril met dropkleurige glazen bekeek, besefte ik plotseling dat ik hem kende. Deze man was mijn vroegere ik.<br />
Ik nam hem in mij op. Hij droeg een wit T-shirt zonder opdruk. Aan zijn kakikleurige broek hadden zich twee peuters vastgeklemd, die mij met grote ogen aanstaarden. Ze hadden sierlijke, blonde lokken en mooie, diepblauwe ogen, zoals kleine engeltjes. Ik voelde mededogen. Deze kinderen hadden mijn kinderen kunnen zijn.<br />
Hij vroeg mij wat ik hier kwam doen. Zijn stem klonk voorzichtig. Hij leek zo onschuldig. Zo onschuldig als een lam Gods. Maar ook lammeren zullen branden in de hel op de Dag des Oordeels en daarom doe ik mijn heilzame werk.<br />
Ik vertelde hem over het eind der tijden, het laatste oordeel en het herrijzen van de doden. Ik vertelde hem over een betere wereld en het oneindige leven. En ik vertelde hem ook over de voorbodes - de politieke chaos, de oorlogen, de natuurrampen - totdat hij begon te vloeken en de deur voor mijn neus dichtsloeg.<br />
Dit gebeurde wel vaker. Het was niet erg. Een jaar geleden had ik hetzelfde gedaan bij het zien van een Jehovagetuige. Voor een ongelovige is het moeilijk te begrijpen dat dit de enige juiste manier van leven is. Zelfs mijn eigen vrouw wilde mij niet begrijpen.<br />
Ik herinner mij nog hoe ik eens met haar een discussie had over het geloof. Toen zij een jaar geleden zwanger werd, kreeg ik een spirituele beleving. Nog nooit had ik geloofd, maar toen, op dat moment, wist ik het zeker; ons kind zou gedoopt moeten worden. Zij was het er echter niet mee eens. âAls dat kind wil geloven, moet ze dat zelf maar uitzoeken. Zeker met dat malle geloof van jouâ, had zij gezegd. Dat had mij pijn gedaan. Ze was te ver gegaan. Ik besloot om niet meer met haar te praten, totdat ze haar excuses zou hebben aangeboden.<br />
Maar ze bood haar excuses niet aan. Om mij te treiteren had ze boeddhistische en andere oosterse afgodsbeelden in huis gehaald. Tijdens het eten keek ik recht in het gezicht van een goedlachs boeddhabeeldje. Ik had moeite om mijn woede in te houden, maar ik bleef kalm en dacht aan de leer van Jezus.<br />
Het hield echter niet op en op een avond kon ik het niet meer aanzien en sloeg ik alle beeldjes stuk. Ze krijste en schold mij uit. Die avond spraken we weer met elkaar. Die avond vertrok zij om nooit meer terug te keren. Ze bleek haar koffers al gepakt te hebben.<br />
Ik heb haar toen gesmeekt om terug te komen. Ik heb haar gezegd dat ik het niet zo meende en dat we er nog eens over moesten praten. Maar ze wilde niet praten. Ze zei niets meer.<br />
Inmiddels weet ik dat het zo beter is. Zij wilde God niet dienen. Zij sprak met een gespleten tong over het geloof en diende alleen nog Satan. En zijn het niet vrouwen die ons uit het Paradijs hebben geleid? Zoals Lilith Adam verliet, zoals Eva Adam van de verboden vruchten liet eten, zo deed zij mij van het rechte pad doen afdwalen. Zo sprak zij met een gespleten tong tot mij en dreef mij tot waanzin.<br />
Toch heb ik het haar vergeven. Immers, het was Jezus, die zei: âAls iemand je op een wang slaat, keer hem dan de andere toe.â En daarom heb ik mijn andere wang naar haar toegekeerd, zoals ik hem ook naar de man met de zonnebril toekeerde. Daarom moet ik mensen blijven vertellen over het Jehova-evangelie, zelfs als ze niet willen luisteren. Maar op de Dag des Oordeels zullen we zien wie er gelijk heeft. Dan zullen we zien wie er zal branden in het hellevuur.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRSS>http://www.wafel.org/2006/05/15/dag-des-oordeels/feed/</wfw:commentRSS>
	</item>
		<item>
		<title>Herman Brouwers â biografie van een moderne meester (vervolg)</title>
		<link>http://www.wafel.org/2006/05/08/herman-brouwers-%e2%80%93-biografie-van-een-moderne-meester-vervolg/</link>
		<comments>http://www.wafel.org/2006/05/08/herman-brouwers-%e2%80%93-biografie-van-een-moderne-meester-vervolg/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 08 May 2006 15:57:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>jorrit</dc:creator>
		
	<category>Fictie</category>
		<guid>http://www.wafel.org/2006/05/08/herman-brouwers-%e2%80%93-biografie-van-een-moderne-meester-vervolg/</guid>
		<description><![CDATA[Toen Herman Theodorus Brouwers voor het eerst i...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p>Toen Herman Theodorus Brouwers voor het eerst inademde, blies zijn moeder haar laatste adem uit. Ze had door complicaties tijdens de geboorte veel bloed verloren en hoewel dokters nog hadden geprobeerd haar te reanimeren, bleek ze dusdanig verzwakt te zijn, dat ze niet meer te redden was. Zij stierf een uur na de geboorte van Herman.<br />
<a id="more-100"></a></p>
	<p>De vader van Herman, eveneens Herman geheten, had tot dan toe stilletjes in de wachtkamer gezeten, maar toen hij het nieuws van haar verscheiden hoorde, ging hij door het lint. Hij stormde de operatiekamer binnen en liet zich jammerend en vloekend op zijn overleden vrouw vallen. De verpleegster, die hem achterna was gerend, probeerde hem te troosten en hem van zijn vrouw los te trekken, waarop hij het lijk van zijn vrouw oppakte en hij dreigde haar mee te nemen.<br />
Hierop blokkeerden de nog aanwezige verloskundigen de ingang en probeerden op hem in te praten, maar toen dat niet lukte werd er besloten om de beveiliging in te schakelen. Het liep uit op een handgemeen. Herman Sr. droop af met een blauw oog.<br />
Toen de volgende dag Herman Sr. opnieuw het ziekenhuis betrad, bleek hij meer voor reden vatbaar te zijn. Hij bood nederig zijn excuses aan en tekende zonder dralen voor het vaderschap van zijn zoon Herman. Dezelfde dag nog nam hij Herman mee naar huis. Zo werd Herman officieel het vijfde kind van het gezin Brouwers.</p>
	<p>Het gezin Brouwers was een arm gezin. Herman Sr., wapenontwerper van beroep, had voor de Duitsers in de oorlog tegen een goed salaris kunnen werken, maar toen Berlijn capituleerde, bleef hij door achterstallige uitbetalingen berooid achter. Uit wanhoop besloot het gezin toen naar Nieuwegein te verhuizen, in de hoop daar een baan voor Herman Sr. te kunnen vinden, maar de arbeidsmarkt voor wapenontwerpers was klein gedurende de Wederopbouw en het gerucht dat hij voor het nazi-bewind zou hebben gewerkt was geen visitekaartje. Uiteindelijk besloot Herman Sr. zijn zoektocht te staken en liet zich omscholen tot timmerman.<br />
Hij hekelde het timmermanswezen. Hij maakte lange dagen en werkte hard, maar verdiende nauwelijks genoeg om zijn kinderen te voeden. Daarnaast hadden ze op zijn werk lucht ervan gekregen dat hij voor de naziâs had gewerkt, waardoor hij continu het slachtoffer werd van pesterijtjes en mishandelingen. Eigenlijk was zijn enige lichtpuntje zijn vrouw, Anna Brouwers, die teder zijn wonden verzorgde en hem moed insprak als hij het niet meer zag zitten.<br />
Dit was ook de reden dat de relatie tussen Herman en zijn vader altijd stroef is gebleven. Natuurlijk speelt daarin ook een rol dat zijn vader hem niet de aandacht kon geven die een kind in zijn jonge jaren nodig heeft; Herman werd soms voor de gehele dag met de andere kinderen opgesloten als vader ging werken, want geld voor een oppasser of verzorgster was er niet. Maar belangrijker nog is dat zijn vader hem persoonlijk de dood van zijn moeder verweet. Zijn geboorte had haar dood veroorzaakt. Voor Herman kwam dit over alsof zijn vader hem liever niet geboren had zien worden.<br />
Dit ontkennen van iemands bestaansrecht heeft altijd een grote indruk op Herman gemaakt, die later eens over zijn vader schreef: âHet was een goede man, een harde werker. Je kon op hem bouwen. Hij zorgde zo goed mogelijk voor zijn kinderen en gaf ze de onvoorwaardelijke liefde die ze nodig hadden. Het was alleen mijn vader niet.â</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRSS>http://www.wafel.org/2006/05/08/herman-brouwers-%e2%80%93-biografie-van-een-moderne-meester-vervolg/feed/</wfw:commentRSS>
	</item>
		<item>
		<title>Herman Brouwers â biografie van een moderne meester</title>
		<link>http://www.wafel.org/2006/04/23/herman-brouwers-%e2%80%93-biografie-van-een-moderne-meester/</link>
		<comments>http://www.wafel.org/2006/04/23/herman-brouwers-%e2%80%93-biografie-van-een-moderne-meester/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 23 Apr 2006 18:09:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator>jorrit</dc:creator>
		
	<category>Fictie</category>
		<guid>http://www.wafel.org/2006/04/23/herman-brouwers-%e2%80%93-biografie-van-een-moderne-meester/</guid>
		<description><![CDATA[Het eerste dat de taxateurs zagen toen ze de de...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p>Het eerste dat de taxateurs zagen toen ze de deuren van Herman Brouwersâ huis aan de Veerkade openmaakten, was een kolossale fontein, compleet met Poseidon en zeemeerminnen, die onmiddellijk bij binnenkomst water begon te spuiten. Daarachter stond een reusachtige replica van de Venus van Milo, die een langgerekte schaduw wierp over de marmeren vloer van de immense hal. Uit nader onderzoek bleek dat deze Venus een echte Brouwers betrof. Begonnen vanuit een frame van ijzerdraad had Brouwers met papier mĂąchĂ© laag na laag een kopie vervaardigd, die zo gedetailleerd was uitgevoerd, dat sommige kenners beweerden dat de echte Venus van Milo er maar kitscherig bij afstak.<br />
<a id="more-98"></a></p>
	<p>Maar dat was slechts het topje van de ijsberg. Toen de taxateurs de kelder van het huis betraden, bleven ze verbijsterd staan. De kelder, die uit meerdere verdiepingen bestond, bleek een opslagplaats te zijn van werken die niet alleen van de meester zelf waren, maar ook van achttiende- en negentiende-eeuwse collegaâs, keurig op alfabetische volgorde gerangschikt en in een kunstmatig droog gehouden omgeving geconserveerd.<br />
Maandenlang zijn de taxateurs bezig geweest om het huis aan de Veerkade te ontruimen en de kunstwerken te taxeren voor de veiling. Elke nieuwe vondst werd uitgebreid in de media besproken waarbij telkenmale Brouwersâ oog voor detail veelvuldig werd geprezen. Zelfs de critici, waarmee Brouwers bij leven regelmatig ruziede, spraken over âeen bijzondere collectieâ en noemden zijn dood âeen groot verlies voor de Nederlandse kunstâ.<br />
De veiling, die eveneens weken duurde en waarbij prominenten als de koningin en de president van Frankrijk aanwezig waren, haalde een recordbedrag van 100 miljoen op en maakte de familie Brouwers in Ă©Ă©n klap schatrijk. Waarschijnlijk had zelfs Brouwers een dergelijke opbrengst niet kunnen voorspellen, die wel eens tijdens een interview met Paul Witteman, over zijn huis aan de Veerkade had gezegd: âVoor mijn part gaat na mijn dood de fik erin.â<br />
Maar Brouwers liet ook een grote schuld achter. Door zijn turbulente leven van drank en drugs had Brouwers veel van zijn projecten verwaarloosd en de financiering opgemaakt aan luxe reizen en wilde orgieĂ«n. Zelf zei Brouwers eens in een cryptische, maar veelzeggende bewoording hierover: âAls ik het leven zie, dan grijp ik het bij de kladden. Ik omarm het, ik omhels het, maar ik geef het ook tijd om te groeien. En als het leven begint te puberen en mij niet meer kan luchten of zien, dan laat ik het leven los. Dan mag het vrij zijn.â<br />
Toch heeft Brouwers nooit losgelaten. Tot op het laatst stond hij vol in het leven. Terwijl zijn lichaam de strijd tegen AIDS verloor en zijn XTC-gebruik een tandenloze grijns had achtergelaten, bleef hij een graag geziene gast bij televisieshows. Zijn levenslust bleef een inspiratie voor velen.<br />
Desondanks kreeg Brouwers vooral in die tijd een hoop kritiek te verduren. Hij zou een marionet van de media zijn, zijn werk grotesk. Hij zou kopieĂ«n hebben gemaakt van werk van Botticelli en DaVinci en onder zijn eigen naam hebben verkocht. De rechtszaak die daarop tegen hem werd aangespannen wegens plagiaat is hem waarschijnlijk funest geworden. Op 21 juni 1994 beroofde Brouwers zich van zijn eigen leven met behulp van een dubbelloops jachtgeweer.<br />
Niet lang daarvoor was Brouwers eens gevraagd hoe hij zijn eigen dood zag. Brouwers had daarop zijn hoofd geschud en gezegd: âDood is maar dood. Het heeft mijn interesse niet.â<br />
Dit maakte Brouwers groter dan het leven zelf; een leven dat overigens op 16 maart 1952 zo rond tien uur âs ochtends in het St. Antonius Ziekenhuis te Nieuwegein begon. </p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRSS>http://www.wafel.org/2006/04/23/herman-brouwers-%e2%80%93-biografie-van-een-moderne-meester/feed/</wfw:commentRSS>
	</item>
		<item>
		<title>Een beter leven</title>
		<link>http://www.wafel.org/2006/04/02/een-beter-leven/</link>
		<comments>http://www.wafel.org/2006/04/02/een-beter-leven/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 02 Apr 2006 17:38:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>jorrit</dc:creator>
		
	<category>Fictie</category>
		<guid>http://www.wafel.org/2006/04/02/een-beter-leven/</guid>
		<description><![CDATA[Mijn adem stokte even toen ik haar zag door het...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p>Mijn adem stokte even toen ik haar zag door het raam van een naamloos zelfbedieningsrestaurant. Ze was nog steeds oogverblindend mooi.<br />
<a id="more-97"></a></p>
	<p>Ze droeg een helwitte jurk met een laag uitgesneden hals, die zo losjes over haar lichaam was gedrapeerd, dat ze er elk moment uit leek te kunnen ontsnappen. Over haar schouders vielen de weelderige lokken van haar rode haar, waarvan ik wist dat het niet van nature rood was, maar evenzo goed het gevoel gaf dat ze met rood haar was geboren. Terwijl ze liep, deinden haar haren en de plooien van haar jurk mee op de sierlijke bewegingen die ze maakte. Ze had een blos op haar gezicht en lachte met verliefdheid in haar ogen.<br />
Naast haar liep een man, die in schoonheid haar antipode leek te zijn. Zijn hoofd, dat nog het meeste weg had van een gigantische gloeilamp, balanceerde op een veel te smalle nek, dat niet meer dan een fragiel luciferstokje was tussen zijn wanstaltige hoofd en schouders. Zijn ledematen waren in de lengte een paar maten te groot uitgevoerd, zodat hij noodgedwongen zijn broek met een stevig aangetrokken riem moest ophouden. De donkere ogen in zijn holle oogkassen en de domme grijns op zijn gezicht verrieden dat inteelt mogelijk een rol bij zijn verwekking had gespeeld, hoewel hij zoân gezicht ook had kunnen krijgen door langdurige mishandeling of ondervoeding. Het leek hem verlegen te maken en de stappen die hij zette waren slungelig en onoprecht.<br />
Hij boog zich naar haar toe en fluisterde iets in haar oor, waarop zij schaterend begon te lachen. Mijn adem stokte opnieuw, toen ik daarop zijn spitse vingers, die niet meer dan botten met vel waren, even amicaal over haar rug gleden. Had zij een relatie met hem?<br />
Het was schier onmogelijk dat deze man haar romantisch had weten te beroeren - het was het soort man dat in cafĂ©s altijd alleen wordt gezien - en toch liet ze zich betasten door hem en lachte zelfs om zijn grappen.<br />
Misschien was dit haar wraak. Misschien was dit haar manier om mij terug te pakken voor alles wat ik haar had aangedaan. Kosten noch moeite had ze gespaard om hier in dit gat ergens in Verweggistan een nieuw leven te beginnen. Zonder mij. Met hem.<br />
Ze stonden nu bij de kassa. Zij voerde hem druiven. De man achter de kassa lachte vriendelijk naar ze met ongewoon witte tanden, die sterk contrasteerden met zijn zongebruinde huid. Hij had een strak shirtje aan, waaronder spierbundels schuilgingen, die het resultaat waren van vele jaren intensief fitnessen. Zijn zelfverzekerde uitstraling kon men het beste omschrijven als roekeloze jeugdigheid, waar zij wellicht vroeger als een blok voor was gevallen. Het was een adonis.<br />
Hij was nu duidelijk aan het proberen met haar te flirten; hij gooide zijn lange, blonde haren telkens naar achteren en lachte continu, maar aan de schokkerige bewegingen van zijn handen kon je zien dat hij moeite had om zichzelf uit te drukken. Het had ook geen zin. Zowel zij, als haar sullige kompaan, reageerden niet op zijn avances en bleven gebiologeerd naar elkaar kijken.<br />
Ik had ergens wel medelijden met de man achter de kassa. Hij verdiende beter dan op zoân manier afgewezen te worden. Ze had hem niets gegeven. Geen glimlach of een knipoog.<br />
Ik zuchtte en haalde vanonder mijn jas een Beretta 9mm tevoorschijn. Ik schoof het magazijn erin en voelde hoe de adrenaline begon te stromen.<br />
Het speet mij dat de man achter de kassa slachtoffer zou worden van een crime passionel. Hij had mij niets misdaan. Ik deed een schietgebedje voor hem en bad dat het hiernamaals hem een beter leven zou schenken. Vervolgens laadde ik mijn pistool, liep het restaurant in en opende het vuur.
</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRSS>http://www.wafel.org/2006/04/02/een-beter-leven/feed/</wfw:commentRSS>
	</item>
		<item>
		<title>Idols</title>
		<link>http://www.wafel.org/2006/03/27/idols/</link>
		<comments>http://www.wafel.org/2006/03/27/idols/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 27 Mar 2006 15:15:58 +0000</pubDate>
		<dc:creator>jorrit</dc:creator>
		
	<category>Fictie</category>
		<guid>http://www.wafel.org/2006/03/27/idols/</guid>
		<description><![CDATA[Idols

&#226;ïżœïżœIk ben thuis!&#226;ïżœïżœ
Ik kijk op van mi...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p>âIk ben thuis!â<br />
<a id="more-96"></a></p>
	<p>Ik kijk op van mijn krant en zie haar in de deuropening verschijnen. Ze glimlacht, loopt naar mij toe en vlijt zich naast mij op de bank.<br />
âHoe gaat het?â, vraagt ze vrolijk.<br />
Ik voel haar neustopje langs mijn hals gaan. Dan geeft ze mij een kus. Ik zucht en vouw de krant op.<br />
âNiet goed?â, vraagt ze.<br />
âNee, neeâ, zeg ik, âalles gaat goed.â<br />
Ik kijk haar even vluchtig aan. Haar ogen speuren onderzoekend mijn gezicht af.<br />
 âIs er nog wat op TV?â, vraagt ze.<br />
Ze grist de afstandsbediening vanonder het koffietafeltje vandaan en zet de televisie aan. Ik leg de krant weg en ga verzitten. We kijken voor een moment gedachteloos naar reclame.<br />
âVolgens mij is er straks Idolsâ, zegt ze.<br />
âJa, Idolsâ, zeg ik. Ik probeer niet sarcastisch te klinken.<br />
Plotseling legt ze haar hoofd op mijn schoot en trekt haar benen op. Niet wetend waar ik mijn handen moet laten, laat ik ze voor een moment boven haar hoofd zweven. Dan besluit ik de ene op de armleuning van de bank te leggen en de ander op haar heup.<br />
âIk heb nog voor RaffaĂ«la gesmsâtâ, zegt ze.<br />
âOh.â<br />
We zijn stil. Ik trommel met mijn hand op haar heup. Ik heb geen zin in Idols.<br />
âZeg, schatâ, begin ik.<br />
âJa?â<br />
âKunnen we niet eens een avondje geen TV kijken?â<br />
âWat wil je doen dan?â<br />
Ik kijk naar haar hoofd op mijn schoot. Ze heeft haar gezicht naar mij toegekeerd.<br />
âBeetje lezenâ, zeg ik. âMisschien een wijntje erbij.â<br />
Ze trekt een afkeurend gezicht.<br />
âHĂš, getverâ, zegt ze. âKunnen we niet gewoon Idols kijken? We zijn al zover in het seizoen.â<br />
âIk heb er gewoon geen zin in.â<br />
âWat ben je chagrijnigâ, zegt ze, terwijl ze haar hoofd wegdraait.<br />
âOh.â<br />
Ik blijf haar aankijken, terwijl zij naar Martijn KrabbĂ© en Chantal Janzen kijkt. Langzaam zie ik de aderen in haar hals opzwellen.<br />
âGoed danâ, zegt ze en schakelt met de afstandsbediening bruusk de televisie uit. âWe gaan lezen.â<br />
Ze staat op en loopt driftig naar de keuken. Ik kuch even en begin weer in mijn krant te lezen. Ik hoor haar een pan hard op het gasfornuis zetten en met haar hand luidruchtig door de bestekbak gaan. Ik besluit niet te reageren. Dan valt er een bord in stukken.<br />
Ik sta op en loop naar de keuken. Daar staat ze temidden van de scherven; tranen staan in haar ogen.<br />
âIk begrijp je niet. Je houdt niet meer van meâ, zegt ze met gebogen hoofd. Haar lichaam schokt.<br />
âJe bent zo, zoâ. Haar handen drukken frustratie uit. Ik zie haar denken.<br />
âAfstandelijkâ, concludeert ze. Ze heft haar hoofd op.<br />
Ik kijk haar verbaasd aan.<br />
âJaâ, zegt ze venijnig, âdat is echt zo, hoor.â<br />
Ze knikt heftig en begint de scherven op te rapen. Een voor een gooit zij ze in de wasbak. Ik weet niet waarom ze dat doet.<br />
âJe vraagt nooit meer hoe het met me gaat of hoe ik me voel. Het is net alsof ik niet meer interessant voor je ben. Wanneer is de laatste keer dat jij iets voor mij hebt gedaan? Iets romantisch? Ik weet het niet meer.â<br />
Haar tranen zijn verdwenen.<br />
âEn kijken we eens een keertje TV, en doen we eens een keertje iets wat Ă­k leuk vind, waar Ă­k zin in heb, dan is het te min voor meneer. Nee, alleen documentaires en het achtuurjournaal. God verhoede dat we ons nog eens zouden vermaken met zoân  proletenprogramma als Idols of Expeditie Robinson. Je bent gewoon een egoĂŻst.â<br />
Het geluid van de scherven die stukslaan op metaal is ondragelijk. Zo kan ik niet met haar praten.<br />
âWil je daar asjeblieft mee ophouden?â, zeg ik aarzelend. Ik knik voorzichtig naar de wasbak.<br />
Even kijkt ze me verbouwereerd aan. Dan zegt ze stellig âNeeâ en begint de scherven met een grotere vaart in de wasbak te werpen.<br />
Ik ben het zat. Ik doe een stap naar voren en grijp haar polsen beet. Ze gilt en probeert los te komen.<br />
âLaat me los! Laat me los!â<br />
Ik krimp ineen door het schelle stemgeluid.<br />
Dan weet ze plotseling een hand te bevrijden. Ik probeer de hand te volgen, maar voordat ik haar pols opnieuw beet heb, voel ik haar nagels diep in mijn wang gaan. Van de schrik en de pijn laat ik haar los en grijp naar mijn wang. Bloed drupt op de scherven op de grond. Ik hoor haar hijgen.<br />
âSorry, dat was niet de bedoelingâ, stamelt ze geschrokken. Ik reageer niet.<br />
Ze pakt de handdoek, maakt het puntje nat en begint voorzichtig mijn wang te deppen.<br />
Ik zwijg en lijd in stilte.
</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRSS>http://www.wafel.org/2006/03/27/idols/feed/</wfw:commentRSS>
	</item>
		<item>
		<title>Paroxetine!</title>
		<link>http://www.wafel.org/2006/03/20/paroxetine/</link>
		<comments>http://www.wafel.org/2006/03/20/paroxetine/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 Mar 2006 16:31:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>jorrit</dc:creator>
		
	<category>Fictie</category>
		<guid>http://www.wafel.org/2006/03/20/paroxetine/</guid>
		<description><![CDATA[Het is druk in de Albert Heijn To Go. Ik sta in...]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[	<p>Het is druk in de Albert Heijn To Go. Ik sta in de rij en staar wat voor me uit. In mijn hand heb ik een kant-en-klare maaltijd van tagliatelle met zalmfilet geklemd.  Voor mij fluit een man een zeer irritant deuntje. De vrouw achter mij is van mening dat de rij sneller doorloopt dan ik en duwt haar boodschappentas telkens tegen mijn kuiten. Ik voel me overbodig.<br />
<a id="more-95"></a></p>
	<p>Mijn psychiater zegt dat ik depressief ben. Hij zegt dat ik door mijn lethargische gedrag ongelukkig ben en een negatief zelfbeeld heb. Hij heeft mij daar pilletjes voor gegeven. Pilletjes met geconcentreerd geluk. Vanavond ga ik er een proberen. Vanavond word ik na een magnetronmaaltijd en RTL Boulevard weer gelukkig.<br />
De rij schuifelt door. De man voor mij is aan de beurt. Hij is opgehouden met fluiten. Het meisje achter de kassa pakt zwijgend zijn boodschappen aan en haalt ze door de scanner. Ik schat haar hooguit zeventien. Ze kijkt serieus en kan zich maar houterig bewegen in haar ongeslachtelijke AH-uniform. Ze lijkt ongelukkig.<br />
Ik wou dat ik haar kon troosten. Haar vertellen dat alles wel weer goed komt. Ook al moet je daarvoor iets gaan slikken. Zoals tweemaal daags 20 milligram paroxetine. Ik herhaal het recept nog eens in mijn hoofd. Tweemaal daags 20 milligram paroxetine. De man voor mij begint weer te fluiten en loopt weg. Onmiddellijk voel ik een boodschappentas tegen mijn kuiten. Ik ben aan de beurt.<br />
Ik stap naar voren en reik haar na enig aarzelen mijn boodschap aan. Ze trekt de maaltijd ongeĂŻnteresseerd uit mijn handen, haalt het vluchtig door de scanner en ramt op een toets van de kassa.<br />
â3 euro 50â, zegt ze zonder enige intonatie.<br />
Ik kijk haar geĂŻnteresseerd aan, maar zie dat ze langs me heenkijkt.<br />
Ik wil wat liefs tegen haar zeggen. Iets wat haar verrast en misschien een glimlach op haar gezicht tovert. Ik kijk naar de kant-en-klare maaltijd en bedenk me opeens een flauw grapje. Ik laat een klein kuchje klinken en begin stamelend: âTweemaal daags.â<br />
Onmiddellijk besef ik wat ik zeg. Terwijl ze haar blik tot mij wendt, voel ik hoe het schaamrood op mijn kaken staat. Wat moet ik nu zeggen? Dit is niet mijn grapje. Mijn grapje begint heel anders. Ik moet mezelf herstellen. Ik moet nu iets zeggen. Iets. Nu.<br />
â20 milligramâ, vervolg ik.<br />
Haar ogen lijken groter te worden en beginnen mij nu van top tot teen onderzoekend te bekijken. Ik voel hoe klam zweet onder mijn oksels wordt gevormd. Mijn hart klopt in mijn keel. Gedachten razen door mijn hoofd, maar telkens blijf ik maar Ă©Ă©n woord horen. Paroxetine. Alsof een heel mannenkoor dit ene woord zingt. Alsof een kleuterklas ritmisch hardop het woord spelt. Paroxetine. Ik lach om de absurditeit van de gedachte. Ik lach voluit.<br />
Ze kijkt mij vragend aan. Langzaam bedaar ik weer. Dan zeg ik haar: âParoxetine.â<br />
Onmiddellijk begin ik weer te lachen, maar ze lacht niet mee. Ze kijkt van me weg, schraapt haar keel en zegt koel: â3 euro 50 alstublieft.â</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRSS>http://www.wafel.org/2006/03/20/paroxetine/feed/</wfw:commentRSS>
	</item>
	</channel>
</rss>
