Het Uur U
Gepost door jorrit in Columns op 10 november 2006“Het is tijd”, zegt de cipier.
De gevangene zucht eenmaal diep en neemt een laatste slok van zijn wijn. Dan staat hij op en loopt richting de cipier.
“Deze kant op, meneer Hoessein”, zegt de cipier.
De cipier leidt Saddam Hoessein naar een ruime kamer, die uit een podium en een spiegelruit aan de zijkant bestaat. Bij het zien van de strop boven het podium stokt Saddam even, maar de cipier dwingt hem het podium te beklimmen.
Vanachter de spiegelruit is onverstaanbaar geroezemoes te horen.
Saddam gromt. Het publiek is gearriveerd.
Plotseling klinkt helder: “الموت لصدام!” (“Dood aan Saddam!”)
Even is het stil. Dan barst het los in haatkreten. Saddam, die inmiddels rechtop staat, begint driftig te gebaren en schreeuwt: “إني لكم الدكتاتور!” (“Ik ben jullie dictator!”)
Hij tiert en loopt rood aan.
Een tweede cipier, die ondertussen het podium beklommen heeft, snelt naar Saddam toe en trekt hem haastig een kap over zijn hoofd. Saddam zwijgt en laat zich gedwee door de cipier naar zijn plek duwen. Terwijl de cipier de strop aantrekt, moet Saddam kokhalzen.
Het publiek - nog altijd luidruchtig – begint met aftellen. 10, 9, 8 …
Vluchtig loopt de cipier weg. Saddam is nu alleen op het podium.
Als de beslissende nul door de ruimte davert, slikt Saddam even.
En terwijl het luik onder hem opent, en hij voor de laatste maal “الله أكبر” prevelt, is het advocaat Knoops die de executiezaal binnenstormt en schreeuwt: “Stop de executie! Deze man is onschuldig!”
