Dag des Oordeels

Vandaag ontmoette ik de man die ik een jaar geleden zelf was. Ik was door zijn voortuin heengelopen en had bij hem aangebeld.
Het was een voortuin met een keurig gemaaid gazonnetje en in het midden een klein appelboompje, waar wat schamele vruchten aanhingen. Aan de rand van de tuin, tussen de bieslook en de kruizemunt en in de schaduw van het appelboompje, stond een felgekleurde tuinkabouter met kruiwagen. Het was een overbekend tafereeltje. Dit had ik reeds vele malen eerder gezien.
Toen de man echter de deur opendeed, en mij vanachter zijn zonnebril met dropkleurige glazen bekeek, besefte ik plotseling dat ik hem kende. Deze man was mijn vroegere ik.
Ik nam hem in mij op. Hij droeg een wit T-shirt zonder opdruk. Aan zijn kakikleurige broek hadden zich twee peuters vastgeklemd, die mij met grote ogen aanstaarden. Ze hadden sierlijke, blonde lokken en mooie, diepblauwe ogen, zoals kleine engeltjes. Ik voelde mededogen. Deze kinderen hadden mijn kinderen kunnen zijn.
Hij vroeg mij wat ik hier kwam doen. Zijn stem klonk voorzichtig. Hij leek zo onschuldig. Zo onschuldig als een lam Gods. Maar ook lammeren zullen branden in de hel op de Dag des Oordeels en daarom doe ik mijn heilzame werk.
Ik vertelde hem over het eind der tijden, het laatste oordeel en het herrijzen van de doden. Ik vertelde hem over een betere wereld en het oneindige leven. En ik vertelde hem ook over de voorbodes – de politieke chaos, de oorlogen, de natuurrampen – totdat hij begon te vloeken en de deur voor mijn neus dichtsloeg.
Dit gebeurde wel vaker. Het was niet erg. Een jaar geleden had ik hetzelfde gedaan bij het zien van een Jehovagetuige. Voor een ongelovige is het moeilijk te begrijpen dat dit de enige juiste manier van leven is. Zelfs mijn eigen vrouw wilde mij niet begrijpen.
Ik herinner mij nog hoe ik eens met haar een discussie had over het geloof. Toen zij een jaar geleden zwanger werd, kreeg ik een spirituele beleving. Nog nooit had ik geloofd, maar toen, op dat moment, wist ik het zeker; ons kind zou gedoopt moeten worden. Zij was het er echter niet mee eens. “Als dat kind wil geloven, moet ze dat zelf maar uitzoeken. Zeker met dat malle geloof van jou”, had zij gezegd. Dat had mij pijn gedaan. Ze was te ver gegaan. Ik besloot om niet meer met haar te praten, totdat ze haar excuses zou hebben aangeboden.
Maar ze bood haar excuses niet aan. Om mij te treiteren had ze boeddhistische en andere oosterse afgodsbeelden in huis gehaald. Tijdens het eten keek ik recht in het gezicht van een goedlachs boeddhabeeldje. Ik had moeite om mijn woede in te houden, maar ik bleef kalm en dacht aan de leer van Jezus.
Het hield echter niet op en op een avond kon ik het niet meer aanzien en sloeg ik alle beeldjes stuk. Ze krijste en schold mij uit. Die avond spraken we weer met elkaar. Die avond vertrok zij om nooit meer terug te keren. Ze bleek haar koffers al gepakt te hebben.
Ik heb haar toen gesmeekt om terug te komen. Ik heb haar gezegd dat ik het niet zo meende en dat we er nog eens over moesten praten. Maar ze wilde niet praten. Ze zei niets meer.
Inmiddels weet ik dat het zo beter is. Zij wilde God niet dienen. Zij sprak met een gespleten tong over het geloof en diende alleen nog Satan. En zijn het niet vrouwen die ons uit het Paradijs hebben geleid? Zoals Lilith Adam verliet, zoals Eva Adam van de verboden vruchten liet eten, zo deed zij mij van het rechte pad doen afdwalen. Zo sprak zij met een gespleten tong tot mij en dreef mij tot waanzin.
Toch heb ik het haar vergeven. Immers, het was Jezus, die zei: “Als iemand je op een wang slaat, keer hem dan de andere toe.” En daarom heb ik mijn andere wang naar haar toegekeerd, zoals ik hem ook naar de man met de zonnebril toekeerde. Daarom moet ik mensen blijven vertellen over het Jehova-evangelie, zelfs als ze niet willen luisteren. Maar op de Dag des Oordeels zullen we zien wie er gelijk heeft. Dan zullen we zien wie er zal branden in het hellevuur.

No Responses to “Dag des Oordeels”

  1. Deborah Says:

    Hoi Jorrit,

    Je begint bijzonder. Die eerste twee zinnen klinken geweldig en intrigeren enorm.
    Je hebt een soepele stijl waarmee je me gemakkelijk door het verhaal leidt, er waren geen haperpunten waarbij ik zou kunnen stoppen met lezen en ik was daar ook niet naar op zoek.
    De richting die je hebt gekozen voor het verhaal is origineel.

    Toch is dit geen verhaal waar ik over na blijf denken, geen voltreffer dus.
    Waarom niet?
    Omdat de personen niet levend genoeg zijn.
    In andere verhalen breng je ze soms tot leven door dialogen, door de zintuigen er bij te betrekken – tijdens het lezen van jouw kerstverhaal van vorig jaar kreeg ik het behoorlijk warm, als ik het me goed herinner.
    Details, zoals de felgekleurde tuinkabouter, zijn goed. Maar je gebruikt ze te weinig bij je personen, denk ik. Een beschrijving van ‘je’ zwijgende zwangere vrouw zou de ruzie al veel echter maken, waardoor het ook voor de lezer persoonlijker wordt – en minder vergeetbaar.

    Ik zie het verhaal als een geraamte met wat organen – toegegeven, met een strak velletje eroverheen. Maar ik ben er van overtuigd dat je het van pezen, spieren en welgeplaatste vetkussentjes kunt voorzien. En ik hoop dat je dat doet!

    Groeten, Deborah

  2. Jeroen Hulscher Says:

    Goedenavond Jorrit,

    De afgelopen maanden zijn een gekkenhuis voor mij geweest, en de komende maanden zullen niet veel rustiger worden. Afstuderen schijnt toch wat tijd te kosten, en daar had ik niet echt op gerekend.

    Ik heb net e.e.a. gelezen op je website, en je hebt niet stilgezeten. Eerlijk gezegd vond ik dit weer van ouderwetse klasse, hoewel Deborah daar schijnbaar anders over denkt. Wanneer ga je eens schrijven met het doel het ook uit te geven? :)

    Salut,
    Jeroen

Leave a Reply

To prove that you're not a bot, enter this code
Anti-Spam Image