Herman Brouwers – biografie van een moderne meester (vervolg)

Toen Herman Theodorus Brouwers voor het eerst inademde, blies zijn moeder haar laatste adem uit. Ze had door complicaties tijdens de geboorte veel bloed verloren en hoewel dokters nog hadden geprobeerd haar te reanimeren, bleek ze dusdanig verzwakt te zijn, dat ze niet meer te redden was. Zij stierf een uur na de geboorte van Herman.
De vader van Herman, eveneens Herman geheten, had tot dan toe stilletjes in de wachtkamer gezeten, maar toen hij het nieuws van haar verscheiden hoorde, ging hij door het lint. Hij stormde de operatiekamer binnen en liet zich jammerend en vloekend op zijn overleden vrouw vallen. De verpleegster, die hem achterna was gerend, probeerde hem te troosten en hem van zijn vrouw los te trekken, waarop hij het lijk van zijn vrouw oppakte en hij dreigde haar mee te nemen.
Hierop blokkeerden de nog aanwezige verloskundigen de ingang en probeerden op hem in te praten, maar toen dat niet lukte werd er besloten om de beveiliging in te schakelen. Het liep uit op een handgemeen. Herman Sr. droop af met een blauw oog.
Toen de volgende dag Herman Sr. opnieuw het ziekenhuis betrad, bleek hij meer voor reden vatbaar te zijn. Hij bood nederig zijn excuses aan en tekende zonder dralen voor het vaderschap van zijn zoon Herman. Dezelfde dag nog nam hij Herman mee naar huis. Zo werd Herman officieel het vijfde kind van het gezin Brouwers.

Het gezin Brouwers was een arm gezin. Herman Sr., wapenontwerper van beroep, had voor de Duitsers in de oorlog tegen een goed salaris kunnen werken, maar toen Berlijn capituleerde, bleef hij door achterstallige uitbetalingen berooid achter. Uit wanhoop besloot het gezin toen naar Nieuwegein te verhuizen, in de hoop daar een baan voor Herman Sr. te kunnen vinden, maar de arbeidsmarkt voor wapenontwerpers was klein gedurende de Wederopbouw en het gerucht dat hij voor het nazi-bewind zou hebben gewerkt was geen visitekaartje. Uiteindelijk besloot Herman Sr. zijn zoektocht te staken en liet zich omscholen tot timmerman.
Hij hekelde het timmermanswezen. Hij maakte lange dagen en werkte hard, maar verdiende nauwelijks genoeg om zijn kinderen te voeden. Daarnaast hadden ze op zijn werk lucht ervan gekregen dat hij voor de nazi’s had gewerkt, waardoor hij continu het slachtoffer werd van pesterijtjes en mishandelingen. Eigenlijk was zijn enige lichtpuntje zijn vrouw, Anna Brouwers, die teder zijn wonden verzorgde en hem moed insprak als hij het niet meer zag zitten.
Dit was ook de reden dat de relatie tussen Herman en zijn vader altijd stroef is gebleven. Natuurlijk speelt daarin ook een rol dat zijn vader hem niet de aandacht kon geven die een kind in zijn jonge jaren nodig heeft; Herman werd soms voor de gehele dag met de andere kinderen opgesloten als vader ging werken, want geld voor een oppasser of verzorgster was er niet. Maar belangrijker nog is dat zijn vader hem persoonlijk de dood van zijn moeder verweet. Zijn geboorte had haar dood veroorzaakt. Voor Herman kwam dit over alsof zijn vader hem liever niet geboren had zien worden.
Dit ontkennen van iemands bestaansrecht heeft altijd een grote indruk op Herman gemaakt, die later eens over zijn vader schreef: “Het was een goede man, een harde werker. Je kon op hem bouwen. Hij zorgde zo goed mogelijk voor zijn kinderen en gaf ze de onvoorwaardelijke liefde die ze nodig hadden. Het was alleen mijn vader niet.”

Leave a Reply

To prove that you're not a bot, enter this code
Anti-Spam Image