Even Apeldoorn bellen
Gepost door jorrit in Fictie, Wedstrijd op 3 September 2005Centraal Beheer Achmea had onlangs een prijsvraag uitgeschreven ter viering van het 20-jarig bestaan van hun reclamecampagne.
De opdracht was het maken van een verhaallijn voor een nieuwe commercial. De beste zou winnen. Omdat ik niet heb gewonnen, bied ik bij deze zeven minder dan de beste verhaallijnen aan.
Verhaallijn 1
Jan zit met vork en mes in de handen aan tafel. Zijn moeder beziet het broodmagere jongetje en pakt de spaarpot van de bovenste plank. Ze schudt de spaarpot in de hoop een muntstuk te vinden, maar de spaarpot blijkt leeg te zijn. Jan laat gedeprimeerd zijn bestek zakken. Voor moeder en zoon zit er niets anders op dan hun enige koe te verkopen. Jan wordt op pad gestuurd. Terwijl Jan naar de markt slentert, sjokt de koe met een zacht klingelende koebel rustig achter hem aan. Dan komt hij een trol tegen. De trol doet hem het voorstel de koe te verkopen voor een handvol toverbonen. Jan droomt van reusachtige bonestaken, de kip met de gouden eieren en een wonderharp en besluit de bonen te nemen. Thuis gekomen plant hij onmiddellijk de bonen met de grootst mogelijke zorg. Hij duikt in zijn bed en wacht gespannen op het ochtendkrieken. Als hij de volgende dag ontwaakt, spurt hij naar buiten op zoek naar de reuzebonestaak. Hij rent een aantal maal om het huis heen en belandt uiteindelijk weer op de plaats waar hij de bonen geplant heeft. Paniekerig kijkt hij om zich heen. Daar bij zijn voeten ziet hij een paar voorzichtig ontluikende blaadjes. De commercial eindigt met “Even Apeldoorn bellen – Ook voor beleggingen.”
Verhaallijn 2
Een cowboy met een gezicht, dat verweerd is door de verzengende hitte, rijdt over de kale prairie. Als hij een ietwat meer bosrijk stuk nadert, zoekt hij een rivier op. Hij stapt af, trekt zijn kleren uit en hangt zijn riem met pistool in het holster over zijn paard. Vervolgens springt hij poedelnaakt in het water. Dan komt er een spelend jongetje langs gehuppeld met een stokpaard en een houten pistool. Hij ontdekt de riem van de cowboy en staart hebberig naar het pistool. Hij haalt onbeholpen het pistool uit de holster en verwisselt deze met zijn houten pistool. Tevreden over zijn gewonnen bezit vervolgt hij zijn weg. De cowboy, die de verwisseling noch het jongetje heeft opgemerkt, stapt uit het water en trekt zijn kleren weer aan. Hij gespt zijn riem weer om en rijdt met zijn paard naar de hoofdstraat van een dorp. Er waait een stuk struikgewas over de straat. Voor een café, waar ‘SALOON’ op de gevel staat, zit een man zit een man de dodenmars te fluiten, terwijl hij wippend op zijn stoel een stuk hout bewerkt. Dan ontwaart de cowboy aan de overkant een donker silhouet. De cowboy stapt af en vat post voor een duel. Het laatste beeld dat men ziet is de hand die boven het holster met het houten pistool zweeft. Even Apeldoorn bellen.
Verhaallijn 3
Twee mannen – de ene vadsig, de andere broodmager – met bleke gezichten en jampotjes als brilleglazen rijden in een busje met een satellietschotel op het dak door een zanderig landschap. Het busje rammelt en schudt van de elektronische apparatuur die erin zit. De magere man draagt een t-shirt met ‘I believe’ als opdruk. Dan passeren zij een bordje ‘Roswell, Nex Mexico’. Zij parkeren het busje in het midden van de woestijn en laden ‘t uit. Ze zetten hun kamp op en installeren de apparatuur. Tot diep in de nacht staren ze naar de hemel en eten ze chips, totdat beiden uiteindelijk door vermoeidheid in slaap vallen. In de baard van de dikke man zitten chipsresten. Hij smakt genoeglijk. Plotseling wordt de hemel verlicht en verschijnt er een UFO. Uit het schip, dat wild roteert, schiet een groene lichtstraal, die het busje en alle apparatuur opzuigt. De twee mannen, die nog steeds vredig tegen elkander liggen te slapen, worden gespaard. De UFO verdwijnt weer en de tekst “Even Apeldoorn bellen” verschijnt.
Verhaallijn 4
Opperste concentratie is uit het gezicht van de speerwerper af te lezen als hij zijn rek- en strekoefeningen doet. Langzaam wordt hij het geluid gewaar van de juichende en gillende menigte, die op de tribunes van het stadion zitten. Hitserige vrouwelijke fans scanderen zijn naam, maar hij heeft enkel oog voor een dame in het publiek; zijn vriendin. Ze geeft hem een luchtkus. Hij beantwoordt deze met een knipoog, terwijl hij zijn handen bepoedert met magnesium. Door de speakers schalt zijn naam. Het is zover. Hij pakt zijn speer en haalt een aantal malen diep adem. Hij wacht op het signaal. Met grote sprongen neemt hij zijn aanloop. Dan draait zijn torso en werpt hij de speer. Zijn overontwikkelde rechterarm trilt na van de krachtstoot. De speer schiet door de lucht. 50 meter. 75 meter. Het publiek juicht. Met zijn handen in zijn haar kijkt hij gespannen de speer na. 100 meter. Dit lijkt een nieuw wereldrecord te worden. De speer suist voort. 150 meter. Het publiek raakt bezeten. De officials rennen de speer achterna. De speer overschrijdt de afscheiding voor het publiek. Het gezicht van de speerwerper vertrekt. Het publiek verstomt. Het stadion is muisstil. Even Apeldoorn bellen.
Verhaallijn 5
Met langzame halen en zichtbare verveling wast de brandweerman de brandweerauto samen met zijn collega. De rest zit loom door de hittegolf een kaartje te leggen. Plotseling spettert zijn collega speels met wat water. Hij reageert door zijn spons op zijn collega uit te knijpen. Dan pakt zijn collega de brandweerslang van de wagen en blaast met de straal de brandweerman weg. Dan staat de rest op en doen met het spelletje mee door de straal te ontwijken. Al snel weten ze de collega met de brandweerslang te overmeesteren. Terwijl hij vast wordt gehouden, geven ze hem de volle laag. Dan komt er een melding binnen. Iedereen kleedt zich snel om en bemant de wagen. Met luide sirenes racen ze door de stad. Ze stoppen bij een villa, die in lichterlaaie staat. Reeds aanwezige politie houdt de omstanders op afstand. De brandweerslang wordt ter hand genomen en vol open gezet. Even schiet er een waterstraal de hemel in, maar vervalt al snel in gesputter, totdat er nog een enkel druppeltje uit de kraan komt. Machteloos kijken de brandweermannen naar de brandende villa. Even Apeldoorn bellen.
Verhaallijn 6
In het midden van de arena staat een gespierde stier met lange, puntige horens. Zijn geborstelde vacht glimt in het zonlicht. Om hem rent een matador met een rode doek, maar de stier geeft geen kik. De matador vloekt in het Spaans en geeft de stier een por, maar de stier kijkt hem lusteloos aan. Tegen zijn vriend, die achter de omheining staat, zegt hij dat de stier maar verkocht moet worden, omdat ‘ie nutteloos is. De matador klimt over de omheining heen. De vriend volgt hem naar zijn spullen. Bezweet van alle inspanning neemt de matador een slok water uit een flesje en dept zijn gezicht met een felblauwe handdoek. Bij het zien van de handdoek gnuift de stier en schraapt met zijn poot over de grond. De matador en zijn vriend staan met de rug naar de stier toegekeerd. De stier buigt zijn kop. De matador stopt de handdoek terug in zijn tas. De stier bedaart weer. De matador kijkt voor een laatste maal naar de stier en schudt zijn hoofd. De volgende dag wordt de stier verkocht aan een rijke boer. Hij wordt ingeladen in een veewagen en na een korte reis uitgezet in een klein weilandje naast het huis van de nieuwe eigenaar. De stier voelt zich onmiddellijk op zijn plek en begint rustig het gras te herkauwen. Dan wordt hij de eigenaar gewaar, die in zijn felblauwe sportwagen aan komt rijden over een zanderig landweggetje. De stier begint wild te gnuiven en schraapt zijn poot over de grond. Hij buigt zijn kop en galoppeert als een bezetene richting de sportwagen. Even Apeldoorn bellen.
Verhaallijn 7
Langzaam verorbert Adam een appel uit de boom. Hij leunt tegen de stam en kijkt vredig om zich heen. Dan verschijnt Eva uit het struikgewas. Ze knipoogt verleidelijk naar hem en probeert hem met haar vinger te lokken. Adam haalt echter zijn neus op en staart de andere kant op. Teleurgesteld laat ze haar schouders hangen. Zuchtend gaat ze naast hem zitten. Dan begint er een vogeltje ‘YMCA’ van ‘The Village People’ te fluiten. Energiek veert Adam op en begint te dansen op het deuntje. De slang in de boom schiet tussen de bladeren weg. Adam doet een roze bloem achter zijn oor en klakt met zijn tong, terwijl hij knipogend naar een verbaasde stier wijst. Eva kijkt hem verbijsterd na. Even Apeldoorn bellen.
