Paroxetine!
Het is druk in de Albert Heijn To Go. Ik sta in de rij en staar wat voor me uit. In mijn hand heb ik een kant-en-klare maaltijd van tagliatelle met zalmfilet geklemd. Voor mij fluit een man een zeer irritant deuntje. De vrouw achter mij is van mening dat de rij sneller doorloopt dan ik en duwt haar boodschappentas telkens tegen mijn kuiten. Ik voel me overbodig.
Mijn psychiater zegt dat ik depressief ben. Hij zegt dat ik door mijn lethargische gedrag ongelukkig ben en een negatief zelfbeeld heb. Hij heeft mij daar pilletjes voor gegeven. Pilletjes met geconcentreerd geluk. Vanavond ga ik er een proberen. Vanavond word ik na een magnetronmaaltijd en RTL Boulevard weer gelukkig.
De rij schuifelt door. De man voor mij is aan de beurt. Hij is opgehouden met fluiten. Het meisje achter de kassa pakt zwijgend zijn boodschappen aan en haalt ze door de scanner. Ik schat haar hooguit zeventien. Ze kijkt serieus en kan zich maar houterig bewegen in haar ongeslachtelijke AH-uniform. Ze lijkt ongelukkig.
Ik wou dat ik haar kon troosten. Haar vertellen dat alles wel weer goed komt. Ook al moet je daarvoor iets gaan slikken. Zoals tweemaal daags 20 milligram paroxetine. Ik herhaal het recept nog eens in mijn hoofd. Tweemaal daags 20 milligram paroxetine. De man voor mij begint weer te fluiten en loopt weg. Onmiddellijk voel ik een boodschappentas tegen mijn kuiten. Ik ben aan de beurt.
Ik stap naar voren en reik haar na enig aarzelen mijn boodschap aan. Ze trekt de maaltijd ongeïnteresseerd uit mijn handen, haalt het vluchtig door de scanner en ramt op een toets van de kassa.
“3 euro 50”, zegt ze zonder enige intonatie.
Ik kijk haar geïnteresseerd aan, maar zie dat ze langs me heenkijkt.
Ik wil wat liefs tegen haar zeggen. Iets wat haar verrast en misschien een glimlach op haar gezicht tovert. Ik kijk naar de kant-en-klare maaltijd en bedenk me opeens een flauw grapje. Ik laat een klein kuchje klinken en begin stamelend: “Tweemaal daags.”
Onmiddellijk besef ik wat ik zeg. Terwijl ze haar blik tot mij wendt, voel ik hoe het schaamrood op mijn kaken staat. Wat moet ik nu zeggen? Dit is niet mijn grapje. Mijn grapje begint heel anders. Ik moet mezelf herstellen. Ik moet nu iets zeggen. Iets. Nu.
“20 milligram”, vervolg ik.
Haar ogen lijken groter te worden en beginnen mij nu van top tot teen onderzoekend te bekijken. Ik voel hoe klam zweet onder mijn oksels wordt gevormd. Mijn hart klopt in mijn keel. Gedachten razen door mijn hoofd, maar telkens blijf ik maar één woord horen. Paroxetine. Alsof een heel mannenkoor dit ene woord zingt. Alsof een kleuterklas ritmisch hardop het woord spelt. Paroxetine. Ik lach om de absurditeit van de gedachte. Ik lach voluit.
Ze kijkt mij vragend aan. Langzaam bedaar ik weer. Dan zeg ik haar: “Paroxetine.”
Onmiddellijk begin ik weer te lachen, maar ze lacht niet mee. Ze kijkt van me weg, schraapt haar keel en zegt koel: “3 euro 50 alstublieft.”