Idols
Gepost door jorrit in Fictie op 27 maart 2006“Ik ben thuis!”
Ik kijk op van mijn krant en zie haar in de deuropening verschijnen. Ze glimlacht, loopt naar mij toe en vlijt zich naast mij op de bank.
“Hoe gaat het?”, vraagt ze vrolijk.
Ik voel haar neustopje langs mijn hals gaan. Dan geeft ze mij een kus. Ik zucht en vouw de krant op.
“Niet goed?”, vraagt ze.
“Nee, nee”, zeg ik, “alles gaat goed.”
Ik kijk haar even vluchtig aan. Haar ogen speuren onderzoekend mijn gezicht af.
“Is er nog wat op TV?”, vraagt ze.
Ze grist de afstandsbediening vanonder het koffietafeltje vandaan en zet de televisie aan. Ik leg de krant weg en ga verzitten. We kijken voor een moment gedachteloos naar reclame.
“Volgens mij is er straks Idols”, zegt ze.
“Ja, Idols”, zeg ik. Ik probeer niet sarcastisch te klinken.
Plotseling legt ze haar hoofd op mijn schoot en trekt haar benen op. Niet wetend waar ik mijn handen moet laten, laat ik ze voor een moment boven haar hoofd zweven. Dan besluit ik de ene op de armleuning van de bank te leggen en de ander op haar heup.
“Ik heb nog voor Raffaëla gesms’t”, zegt ze.
“Oh.”
We zijn stil. Ik trommel met mijn hand op haar heup. Ik heb geen zin in Idols.
“Zeg, schat”, begin ik.
“Ja?”
“Kunnen we niet eens een avondje geen TV kijken?”
“Wat wil je doen dan?”
Ik kijk naar haar hoofd op mijn schoot. Ze heeft haar gezicht naar mij toegekeerd.
“Beetje lezen”, zeg ik. “Misschien een wijntje erbij.”
Ze trekt een afkeurend gezicht.
“Hè, getver”, zegt ze. “Kunnen we niet gewoon Idols kijken? We zijn al zover in het seizoen.”
“Ik heb er gewoon geen zin in.”
“Wat ben je chagrijnig”, zegt ze, terwijl ze haar hoofd wegdraait.
“Oh.”
Ik blijf haar aankijken, terwijl zij naar Martijn Krabbé en Chantal Janzen kijkt. Langzaam zie ik de aderen in haar hals opzwellen.
“Goed dan”, zegt ze en schakelt met de afstandsbediening bruusk de televisie uit. “We gaan lezen.”
Ze staat op en loopt driftig naar de keuken. Ik kuch even en begin weer in mijn krant te lezen. Ik hoor haar een pan hard op het gasfornuis zetten en met haar hand luidruchtig door de bestekbak gaan. Ik besluit niet te reageren. Dan valt er een bord in stukken.
Ik sta op en loop naar de keuken. Daar staat ze temidden van de scherven; tranen staan in haar ogen.
“Ik begrijp je niet. Je houdt niet meer van me”, zegt ze met gebogen hoofd. Haar lichaam schokt.
“Je bent zo, zo”. Haar handen drukken frustratie uit. Ik zie haar denken.
“Afstandelijk”, concludeert ze. Ze heft haar hoofd op.
Ik kijk haar verbaasd aan.
“Ja”, zegt ze venijnig, “dat is echt zo, hoor.”
Ze knikt heftig en begint de scherven op te rapen. Een voor een gooit zij ze in de wasbak. Ik weet niet waarom ze dat doet.
“Je vraagt nooit meer hoe het met me gaat of hoe ik me voel. Het is net alsof ik niet meer interessant voor je ben. Wanneer is de laatste keer dat jij iets voor mij hebt gedaan? Iets romantisch? Ik weet het niet meer.”
Haar tranen zijn verdwenen.
“En kijken we eens een keertje TV, en doen we eens een keertje iets wat ík leuk vind, waar ík zin in heb, dan is het te min voor meneer. Nee, alleen documentaires en het achtuurjournaal. God verhoede dat we ons nog eens zouden vermaken met zo’n proletenprogramma als Idols of Expeditie Robinson. Je bent gewoon een egoïst.”
Het geluid van de scherven die stukslaan op metaal is ondragelijk. Zo kan ik niet met haar praten.
“Wil je daar asjeblieft mee ophouden?”, zeg ik aarzelend. Ik knik voorzichtig naar de wasbak.
Even kijkt ze me verbouwereerd aan. Dan zegt ze stellig “Nee” en begint de scherven met een grotere vaart in de wasbak te werpen.
Ik ben het zat. Ik doe een stap naar voren en grijp haar polsen beet. Ze gilt en probeert los te komen.
“Laat me los! Laat me los!”
Ik krimp ineen door het schelle stemgeluid.
Dan weet ze plotseling een hand te bevrijden. Ik probeer de hand te volgen, maar voordat ik haar pols opnieuw beet heb, voel ik haar nagels diep in mijn wang gaan. Van de schrik en de pijn laat ik haar los en grijp naar mijn wang. Bloed drupt op de scherven op de grond. Ik hoor haar hijgen.
“Sorry, dat was niet de bedoeling”, stamelt ze geschrokken. Ik reageer niet.
Ze pakt de handdoek, maakt het puntje nat en begint voorzichtig mijn wang te deppen.
Ik zwijg en lijd in stilte.
