Vrouw in mondriaankleuren

Van een afstand bepaalde hij of de compositie klopte. “Kan ermee door”, mompelde hij en liep terug naar zijn ezel. Dit was de reden waarom hij om een groot atelier vroeg. Hij moest om het kunstwerk heen kunnen lopen. Het van verschillende hoeken kunnen aanschouwen zonder daarvoor het kunstwerk zelf te hoeven verplaatsen. Dit spreekt eigenlijk voor zich als je kunstenaar bent, vond hij. Zijn werkgever dacht daar echter anders over: “Wat nou kunstenaar? Je maakt stilleventjes en portretschilderijtjes voor Jan Modaal. Je deelt de ruimte maar een beetje.”
Zo kwam het dat hij samen met enkele collega’s een krappe, bedompte bovenverdieping van een pand, dat rijp was voor de sloop, bevolkte. Gedurende de dag kwamen de opdrachten binnen. Gezinnetjes, honden, katten en soms een stilleven. Speciale opdrachten, zoals een naaktportret van een mooie vrouw, werd onder het personeel verloot. In de achttien jaar dat hij daar werkte was niet een keer hem de eer van een naaktportret te beurt gevallen.
Een portret had hij doorgaans in een paar uur afgerond. Hij werd daarom vaak door klanten vergeleken met Bob Ross. Plichtmatig lachte hij dan om de zoveelste imitatie van Bob Ross, realiserend dat de klant ook niet had kunnen weten dat hij de zoveelste onoriginele dwaas was. Daarbij waren mensen niet de vervelendste klanten. Vooral honden waren zijn aartsvijanden. Sommige honden roken zo sterk dat ze boven de scherpe lucht van verf en terpentine uitkwamen en hadden zo’n vraatzucht dat zelfs de klodders verf op de vloer naar binnen werden geschrokt. Nauwelijks een half uur later lag dan hun gehele maaginhoud weer op de vloer, terwijl ze je kwispelend aankeken of je nog wat te eten bij je had.
In zo’n geval vroeg hij de eigenaar over een paar uurtjes terug te komen. Hij maakte dan snel wat aantekeningen van opvallende kenmerken en zette het dier vervolgens resoluut op het balkon. Het schilderij maakte hij aan de hand van een van de sjablonen, die hij in de loop der jaren van diverse hondenrassen verzameld had. Nog nooit had een klant hem hierop weten te betrappen.
“Oh, hij lijkt sprekend op Flappie”, zeiden ze dan. Flappie zelf was schor van een paar uur blaffen op het balkon en werd dociel afgevoerd.
Hij wist van zichzelf dat zijn kans waarschijnlijk was verkeken om ooit nog tot de grootheden, zoals Piet Mondriaan, Andy Warhol of Salvador Dalí, te behoren. Het maakte hem ook niet meer zoveel uit. In plaats daarvan mocht hij vrouwen schilderen die zich kleden als een Mondriaan-schilderij – of nog erger, Jackson Pollock.
Deze olijke gedachte liet hem even stoppen met schilderen, maar hij werd bruut verstoord door een snerpende stem van een vrouw in mondriaankleuren, die vanuit haar pose zei: “Meneer, kunt u een beetje opschieten? Ik begin een stijve nek te krijgen.”

Leave a Reply