De foto
Gepost door jorrit in Fictie op 26 februari 2006Ik trof haar aan op een foto, die in een discotheek gemaakt was. Het leek druk die avond. Een waas van mensen, onherkenbaar door de slechte belichting en het wilde dansen, omringde haar. Op haar gezicht stond een geveinsde glimlach.
Ze leek het koud te hebben. Ze had haar armen stijf tegen haar lichaam gedrukt, waardoor haar grote oorbellen op haar opgetrokken schoudertjes rustten. Tussen haar slanke vingers had ze een filtersigaret geklemd, die ze waarschijnlijk met een knipoog en een kus had kunnen bietsen. Naast haar stond haar vriend met een stoere uitdrukking op zijn gelaat, waarmee hij recht de camera in keek.
Het deed mij niet zoveel dat ik niet had geweten dat zij rookte. Dat hoorde bij meisjes van haar leeftijd. Die vertelden niets aan hun vader en bleven liever het engeltje van weleer. Ze wilde graag volwassen zijn. Het was een onontkoombaar lot dat vele vaders met mij moesten dragen.
Nu ik deze foto gevonden had, hoopte ik ergens dat haar beeltenis mij zou kunnen vertellen wat er gebeurd was. Hoe het kwam dat ik haar, een paar dagen na het maken van deze foto van haar overbelichte gezicht en haar felrode lippen, aantrof met dezelfde bleke huid en het rood van haar lippen over haar wangen uitgesmeerd. Het was in de stromende regen dat ik haar zag liggen, onachtzaam weggesmeten in het riet, temidden van grauw geklede rechercheurs met stalen gezichten, die minutieus elke vierkante meter om haar heen documenteerden.
Ik wilde haar het liefst toen meteen begraven. De rechercheurs van haar levenloze lichaam afslaan en haar wegdrukken in de modderige bodem van de rivier, zodat ik haar kon verbergen voor mijzelf en haar moeder. Dit was onze dochter niet meer. Onze dochter was dood.
Ik bleef echter achter het lint staan. Ik was duizelig en laf. Ik begon in gedachten haar troetelnaampjes te geven. Mijn liefje! Ze hebben mijn schatje ontnomen! Ach kindje, hoe is dit gekomen? Welk monster heeft jou dit aangedaan? Een opwelling van misselijkheid beëindigde die gedachte. Ik braakte. Ik braakte, terwijl het stoffelijk overschot van mijn dochter een paar meter verderop in een zwarte tas werd gelegd. Er waren geen woorden voor. Iedereen zweeg.
Ik wilde haar graag weer terugvinden in de foto. De sprankelende levendigheid die zij had, weer opnieuw ervaren. Dat het gewoon een ander meisje was, dat ik zojuist begraven had. Maar haar afwezigheid schrijnt. Zelfs als ik in haar kamer zit en op haar bed naar haar stampende muziek luister, voel ik de stilte. Ze is voorbij. En de foto toont niets meer dan de dood vermomd achter een heel klein laagje van een zestienjarig meisje.
