Die Ratio ist tot

Dit is een inzending voor de Serge Heederikprijs.

De holenmens

Op een streepje maanlicht na was het donker. De holenmens had de gehele dag gejaagd en was nu, na een uitgebreide maaltijd, in een diepe slaap gevallen. Slechts het geritsel van boombladeren in de wind was te horen.
Plotseling werd de hemel kort verlicht, waarop een gebulder volgde, wat in de grot van de holenmens weerklonk. Hij schrok op uit zijn slaap. Met verwondering in zijn ogen en huiverig voor de woede van zijn god, keek hij naar buiten naar het natuurverschijnsel dat bliksem wordt genoemd.
De holenmens was een empiricus pur sang. Alles in zijn omgeving was nieuw en alle kennis die hij op kon doen, deed hij op uit eigen ervaring. Vuur bleek heet te zijn, water lest de dorst en kinderen komen uit vrouwen. Dit wist hij en deze kennis probeerde hij zo goed als het kon aan zijn kroost over te brengen; een gewoonte die ons heeft gemaakt zoals wij zijn.
De holenmens vergaarde echter niet alleen kennis, maar probeerde ook wat hij zag te interpreteren en te verklaren. Aan het geloof in zijn god van de bliksem ging een rationele verklaring vooraf.
Om deze verklaring te volgen, moet men denken als een holenmens. Als men denkt als een holenmens, dan denkt men in wezens. Voor de holenmens werd elk verschijnsel veroorzaakt door een wezen. Een afgekloven kadaver bijvoorbeeld, was een verschijnsel dat veroorzaakt was door een carnivoor, een bijensteek daarentegen door een bij. Dit waren echter verschijnselen van een kleine omvang. Grote verschijnselen, zoals de bliksem of de jaargetijden, werden, logisch geredeneerd, door grote wezens, oftewel opperwezens veroorzaakt. Dat deze wezens niet zichtbaar waren droeg alleen maar aan hun kracht bij. Zodoende werd het bestaan van een god op een rationele wijze verklaard.
Het lijkt dan ook geen toeval dat de vroegere goden vaak dierlijke kenmerken hadden. Zo gelijkt de Egyptische god van de onderwereld Anubis op een jakhals en de Griekse godin Pallas Athene, die onder andere godin van de wijsheid is, wordt op afbeeldingen vaak vergezeld door een uil. Bekende wezens verheven tot opperwezens.
De holenmens was wellicht de eerste die het bestaan van een superwezen met rationele argumenten bewees, maar zeker niet de enige. Tot aan het darwinisme toe werden teleologische argumenten gebruikt om het bestaan van een god te bewijzen. Teleologie komt van het Griekse woord teleos, dat perfect of compleet betekent, wat weer van het woord telos komt, dat eind of resultaat betekent). Men geloofde dat de wereld op een telische manier geschapen was in plaats van een chaotische manier.
Hiermee wordt bedoeld dat leeuwen met reden klauwen hebben (zodat ze kunnen jagen) en geiten kiezen hebben (om te kunnen kauwen). Omdat de wereld zo doelgericht geconstrueerd is, moet zij geschapen zijn door een rationeel wezen.
Toen Darwin echter zijn wereldberoemde werk The Origin of Species presenteerde, viel deze hele gedachtegang in duigen. Immers, Darwin beargumenteerde dat organismen niet geschapen worden door een god, maar gecreëerd worden door omstandigheden; chaos en evolutie. Dit maakte het teleologische argument grotendeels ongeldig. Nietzsche bestendigde dit destijds kernachtig met de woorden “Gott is tot. Wir haben ihn getötet.”
Volgens Nietzsche was het niet langer mogelijk dat mensen in een god kunnen geloven. Dit zou niet alleen leiden tot verwerping van geloof in een kosmisch geheel, maar ook verwerping van het geloof in absolute waarden – oftewel het geloof in moraliteit. Dit wordt nihilisme genoemd.
Nietzsche wilde deze leemte, die de dood van God achterliet, vullen door het individu te benadrukken. De mens zou meer verantwoordelijkheid krijgen over zijn eigen leven. Dit zou, als leren zwemmen in diep water, beangstigend en bevrijdend tegelijk werken voor het individu.
Deze nieuwe manier van denken werd kenmerkend voor de twintigste eeuw. Voor een arbeider in die tijd betekende het de opkomst van vakbonden en het recht op staken. Een mooi voorbeeld daarbij is de tekening van Albert Hahn met het onderschrift “Gansch het raderwerk staat stil als uw machtige arm het wil”, waarin de spoorwegstaking van 1903 voortleeft. In de tekening sjorren nietig kleine kapitalisten aan de broek van een reusachtig grote arbeider, die onvermurwbaar met zijn machtige arm een naderende trein stopt. Het individu – de arbeider – neemt de macht over van de gevestigde orde.
Na de Tweede Wereldoorlog is de vrijheid van meningsuiting verder toegenomen, wat een grote stimulans is geweest voor verdere individualisering van de maatschappij. De arbeider in de tekening van Albert Hahn kwam op voor zijn collectief; de moderne mens komt op voor zichzelf.
Parallel aan de opkomst van het individu in de twintigste eeuw verliep de ontwikkeling van de ratio. Hoewel het rationalisme al honderden jaren eerder gedurende de Verlichting intrede had gedaan, was het ontstaan uit pure noodzaak voor de wetenschap en bleef het daarom een privilege van wetenschappers. Het rationalisme zorgde toentertijd voor een definitieve breuk met de kerk, omdat dogma’s van het geloof in contradictie waren gekomen met wetenschappelijk bewijs. Zo heeft Copernicus de kerk en zijn eigen geloof op zijn kop gezet door te bewijzen dat wij niet in een geocentrisch, maar in een heliocentrisch stelsel leven. Zonder rationalisme was zijn theorie allang weer in de vergetelheid geraakt.
Rede bleek echter tot voor kort niet voor het gewone volk bestemd. Geloof, bijgeloof en een maatschappelijk kastenstelsel dwongen mensen tot het nemen van irrationele besluiten. Door de tanende macht van de kerk als instituut echter hadden mensen een nieuwe maatstaf nodig om hun beslissingen aan te meten. De ratio.
De ratio geeft de mogelijkheid door argumentatie tot een besluit te komen. Door deductie en het bepalen van relevantie kunnen uiteindelijk een aantal argumenten opgesteld worden die doorslaggevend zijn voor een keuze.
Voor de moderne mens is de ratio van groot belang. Een christen in de 19e eeuw baseerde zijn keuze op wat de kerk voorschreef. Een arbeider in de Industriële Revolutie koos hetgeen zijn collectief voorschreef. De moderne mens is echter aangewezen op zichzelf. Zijn keuzes worden bepaald door zijn ‘ik’. Omdat de moderne mens zich niet langer kan verschuilen achter zijn sociaal opgelegde rol en nu de verantwoordelijkheid over zijn leven in eigen handen heeft gekregen, moeten keuzes verantwoord gemaakt worden.
Om deze reden is de moderne mens een rationeel denker geworden. De ratio geeft hem de mogelijkheid met behulp van argumentatie een keuze te verantwoorden.

De klant

In de showroom leek alles te glimmen. Zelfs het kale hoofd van de verkoper had een onnatuurlijk helle glans. “Uiteraard is dit model standaard voorzien van twee airbags, ABS, een airco en een radio-cd-speler.” De verkoper keek de klant strak aan, zoals de cursus verkooptechnieken, die hij onlangs had gehad, voorschrijft. Ondertussen ratelde hij monotoon door. De klant keek afwisselend naar de verkoper en de auto. “Maar hoe zit het nou met de garantie? Is het eerste jaar inbegrepen?”, vroeg de klant. “Mocht er onverhoopt iets stukgaan, dan kunt u in het eerste jaar de auto geheel kosteloos in onze garage laten repareren. Uiteraard kunt u tegen een meerprijs uw garantie met een aantal jaren verlengen”, sprak de verkoper. “Okee, ik neem hem!”, zei de klant na even nagedacht te hebben, “Ik ben altijd tevreden geweest over jullie.” De verkoper glimlachte even en zei: “Mooi, wilt u nog koffie?”
In dit geval is de klant een rationeel denker, die zijn keuze voor een bepaalde auto probeert te verantwoorden. De klant heeft echter één probleem; hij bezit de technische kennis niet om tot een keuze te komen. Hierdoor is de klant genoodzaakt zijn beslissing te maken aan de hand van irrationele argumenten, zoals zijn tevredenheid over de autodealer en hoe ‘leuk’ de auto oogt. Geen van deze argumenten zeggen iets over de kwaliteit van de auto.
Anderzijds kunnen ook voor mensen met meer technische kennis irrationele argumenten uiteindelijk doorslaggevend zijn. Als men de grote hoeveelheid autoprogramma’s op TV en autotijdschriften beziet, lopen meningen zo uiteen dat er geen beste auto lijkt te bestaan. Dit heeft te maken met de wijze waarop rationeel gedacht wordt.
Argumenten worden beoordeeld op kwaliteit en relevantie. Of een argument wel of niet een goed argument is, kan men dus enkel bepalen door argumenten voor het argument te noemen. Dit maakt de keuze van een argument een beslissing op zich. Voor elke beslissing zouden meerdere beslissingen gemaakt moeten worden, die meerdere beslissingen teweegbrengen, ad infinitum. Hiermee zou een keuze de complexiteit van het universum bereiken. Met reden maken wij daarom een arbitraire keuze uit beschikbare argumenten en baseren daar onze beslissing op. Onze beslissing wordt dus bepaald door de argumenten, die wij persoonlijk belangrijk vinden. Hierdoor wordt onze beslissing uiteindelijk gedreven door emoties en niet door objectief denken.
Door de constante toename van kennis liggen argumenten voor het oprapen. Een grotere hoeveelheid argumenten vergroot echter ook de kans dat deze tegenstrijdig zijn. Zo kunnen twee ogenschijnlijk rationele verklaringen met elkaar botsen, doordat het belang van argumenten voor beide verklaringen anders ligt. Hierdoor wordt een rationele verklaring al snel een plausibele theorie. Voor de holenmens is de god van de bliksem de enige, rationele verklaring; voor de moderne mens is de samenhang van lagedrukgebieden en bliksem enkel een plausibele theorie.
De holenmens is uiteindelijk een rationeler mens dan de moderne mens ooit zal zijn. Voor de holenmens gold dat emoties ook als rationele argumenten gebruikt konden worden bij een besluit. Grote hoogtes maakte hem angstig en daarom vermeed hij bergen en heuvels. Hij twijfelde er niet aan of zijn angst wel of niet terecht was. Hij wist niet dat mensen ongegrond angstig konden worden bij grote hoogtes en dat men dat dan ‘hoogtevrees’ noemt. De enige referentie die hij had waren zijn eigen emoties en zolang er geen tegenargumenten zijn, maakt dat hem een rationeel denker.
Dit geldt echter niet voor de klant, die een auto wil kopen. Zijn argumenten waren strikt op emoties gebaseerd en zelfs al had hij wat technische argumenten kunnen noemen, die voor zijn keuze zouden spreken, dan nog was hij niet in staat geweest het geheel te overzien.
Wellicht mompelde de verkoper, toen de klant de deal gesloten had en de showroom uitliep, daarom wel, in de lijn van Nietzsche, de woorden: “Die Ratio ist tot. Wir hatten es uns ausgedacht.”

Leave a Reply