Christenen zijn altijd aardig voor me
Dit is een inzending voor Ware verhalen
—
Het voetgangerslicht bij Zuidplein is kapot. Groen of rood.
De gevaren inschattend kies ik voor groen en steek over. Aan de overkant banjert een zwerver heen en weer. Niet bewust van zijn aanwezigheid en met mijn blik op oneindig loop ik in zijn fuik.
“Bent u gelovig?”
“Is dat een strikvraag?”, antwoord ik lacherig.
“Volgens mij bent u gelovig.” Hij knijpt zijn ogen samen, alsof hij een groot mysterie ontrafeld heeft. Ik haal mijn schouders op.
“Als jij dat vindt.”
Hij trekt iets uit zijn jaszak.
“Kies een bladzijde!”
In zijn smoezelige handen heeft hij een klein bijbeltje, die hij nu voor mij houdt. Nerveus slaat hij de bladzijden om, wachtend op mijn teken. Ik kies een bladzijde. Plechtig begint hij voor te lezen:
“Zie dan de goedertierenheid en de strengheid van God; de strengheid wel over degenen, die gevallen zijn, maar de goedertierenheid over u, indien gij in de goedertierenheid blijft; anderszins zult ook gij afgehouwen worden.”
Terwijl hij voorleest, kijk ik om me heen. Bij het CWI staat, zoals iedere ochtend, een kliekje mensen te wachten tot de ingang geopend wordt. Soms heb ik meelij met al die mensen. Vaak echter heb ik niet van die grootse gevoelens. Dan vraag ik mij af of ze misschien heel graag bij het CWI willen werken, maar niemand de sleutel bij zich heeft. Anderzijds kan ik me voor zulk soort stompzinnige gedachten ook wel voor de kop slaan.
De zwerver is inmiddels begonnen aan de verklaring van het vers. Uit mijn portemonnee haal ik een euro. Terwijl hij nog over het woord ‘goedertierenheid’ hakkelt, druk ik het muntstuk in zijn handen.
“En zo is het!”, voeg ik eraan toe.
Hij glimlacht. De rimpels in zijn gezicht, die door de kou en de coke vroegtijdig ontstaan zijn, lijken nog dieper te worden.
“Ziet u wel dat u een christen bent! Ik wist het wel!”
“Ach, daar hoef je geen christen voor te zijn.”
“Christenen zijn altijd aardig voor me.”
“Misschien ben ik wel een islamiet.”
Hij schudt driftig zijn hoofd.
“Nee, een christen. Alleen christenen zijn aardig voor me.”
Er valt een stilte. Niet wetend wat ik hier verder nog doe, mompel ik ‘succes ermee’ en vervolg mijn weg.