De telefonist

Ik werk als telefonist bij een groot en internationaal bedrijf wat ik om commercieel-technische redenen niet bij naam mag noemen, maar men mag aannemen dat het groot en internationaal is. Onlangs sprak ik met Britney Spears. Zij belde mij op.
Ze vroeg aan mij: “Als je één vraag aan mij mocht stellen, welke zou dat dan zijn?” Terwijl ik zachtjes door de hoorn ademde, dacht ik na.
“Helemaal niets”, zei ik gedecideerd.
“Waarom niet?”, vroeg ze.
“Er is geen reden tot twijfel. De vraag is beantwoord, voordat deze gesteld is. Ik bemin je ongeacht wat je denkt, wat je doet, hoe groot of klein je borsten zijn, welke man je kiest om je maagdelijkheid aan te verliezen, of blond nu wel of niet in de mode is, wat voor een merk tampons je gebruikt en wat je op je bil getatoeëerd hebt”, ratelde ik door. Mijn collega keek op.
“Dat klinkt ziekelijk”, zei ze met walging in haar stem.
“Dat is het ook”, beaamde ik, “liefde is een ziekte.”
“Dat ben ik niet met je eens”, zei ze.
“Dat maakt niet uit, zolang ik het maar eens met jou ben.” Ik giechelde een beetje.
“Je verwart me, ik hang op.” Ze haalde haar neus op.
De klik deed pijn aan mijn oren.
Ik leunde achterover en verzuchtte: “als Britney Spears mij nou eens belde.” Mijn collega trapte mijn stoelpoten onder mij vandaan.

Leave a Reply