Rijles

Hij slikte zijn angst in en stapte met trillende benen in de auto. Met zijn handen tussen zijn benen geklemd staarde hij wezenloos naar het handschoenenkastje.
“Nee, neem maar plaats aan de bestuurderskant”, zei de instructeur vriendelijk.
Hij keek schichtig naar de instructeur, die op hem stond te wachten tot hij uitstapte. De instructeur glimlachte.
“Beetje zenuwachtig misschien?”
“Ja, een beetje”, zei hij. Zijn stem vibreerde enigszins.
Hij liep om en nam dezelfde pose aan als daarnet. De instructeur begon te doceren:
“Pak het stuur maar beet, zodat je handen op tien voor twee staan. Deze les ga je leren sturen en gas geven.”
“We gaan dood”, fluisterde hij.
De instructeur keerde zijn oor naar hem toe.
“Wat zei je?”
“We gaan dood”, herhaalde hij.
“Welnee, ik ben er toch bij? Draai de sleutel maar om”, zei de instructeur. De instructeur schakelde en langzamerhand kwam de auto in beweging. Onbeholpen stuurde hij de auto de weg op.
“Zie je wel! Je kan het wel!”, zei de instructeur bemoedigend.
“Toch gaan we dood”, zei hij met wat meer stelligheid.
Toen zij bij het kruispunt aankwamen, legde de instructeur in het kort het schakelen uit, terwijl het kruisende verkeer langsraasde.
Toen het licht op groen sprong en de lesauto langzaam optrok, schepte een vrachtwagen deze zijwaarts. De vrachtwagen reed onverminderd hard door. De auto werd naar de kant van de weg geslingerd.
“Dit heb ik nog nooit meegemaakt”, zei de instructeur onthutst. Bloed vloeide over zijn gezicht.
“Dit is inmiddels al de derde keer. Nooit ga ik dood”, zei zijn leerling verdrietig.
De auto lekte.

Leave a Reply