De haven
Ik keek over de haven uit en dronk een biertje. Donkere smog hing boven het industriegebied, maar de lucht boven mij was hemelsblauw. Er waren geen meeuwen hier.
De haven ademde dood, maar mijn aanwezigheid doet leven. Ik schep niet, maar ik besta.
Mijn voetsporen bleven achter, maar ik ging weer naar huis.