Bellen

Een oude vriendin belde mij laatst op. Ik schrok, maar dat liet ik niet merken. We spraken over koetjes en kalfjes en voorzichtig probeerde ik wat herinneringen op te halen.
Daar was zij niet van gediend en ze legde meteen de hoorn erop. Ik bleef simmend naast de telefoon zitten. Ik hoopte dat zij aan de andere kant van de lijn, waar ze ook vandaan belde, met dezelfde onafgedane rusteloosheid moest kampen.
De telefoon ging. Ik nam zonder een woord te zeggen op in de hoop het dramatische effect ook bij haar te versterken. Het bleef doodstil. Ik werd ongeduldig en besloot in de hoorn luidruchtig te ademen.
“Waarom bel jij mij nooit meer?”, vroeg ze.
“Ik wist niet dat het van mij verwacht werd”, zei ik oprecht.
“Ik kan je ook wel! Sodemieter op!”, schreeuwde ze. De verbinding verbrak. Ik zuchtte diep en zocht het laatste, bekende nummer dat ik van haar had op.
“Wat?”, zei ze, nadat ik het nummer had gedraaid.
“Is het nu een goed moment om je weer eens te bellen?”, vroeg ik schaapachtig.

Leave a Reply