Barend en Van Dorp
“Hij is momenteel de jongste schrijver van Nederland en ook informaticastudent: Jorrit Kronjee. Welkom in de studio”, kondigt Henk van Dorp aan.
De schrijver gaat nerveus verzitten en knikt even ter bevestiging.
“Je hebt onlangs je eerste boek uitgebracht, genaamd de opkomst en ondergang van een leven: een zoektocht naar het genot”, ratelt Henk van Dorp door.
Jan Mulder stut met zijn arm zijn gerimpeld gezicht. De jonge schrijver voelt dat alle blikken op hem gericht zijn en kijkt daarom schuchter naar de zorgvuldig opgemaakte tafel.
“Dat is een hele mond vol. Kun je zeggen waar het boek over gaat?”, vraagt van Dorp en rondt daarmee de aankondiging af.
“De titel verklapt deels de inhoud. Het hoofdpersonage beseft dat zijn leven uit meer kan bestaan dan louter sleur en gaat op zoek naar het genot”, zegt de schrijver routineus, maar kijkt desondanks niet op.
“Ben je daar nou niet te jong voor? Vind je niet dat je wat ouder moet zijn om zo over het leven te oordelen?”, davert Mulder erdoorheen.
De schrijver recht plotseling zijn rug en kijkt Mulder in de ogen.
“Mag ik tutoyeren?”, vraagt de schrijver zonder dat hij zijn blik afwendt.
“Ja hoor”, antwoordt Frits Barend ondeugend, “bij Jan mag dat wel.”
“Als jij en ik nu beiden zouden sterven en bij de hemelpoort zouden komen, zou Petrus dan mij terugsturen en jou doorlaten?”, vraagt de schrijver retorisch.
Hij vervolgt: “Neen, omdat jij en ik allebei geleefd hebben en mijn leven in geen opzicht onder heeft gedaan aan het jouwe.”
“Maar je hebt zoveel nog niet meegemaakt. Mis je niet iets van wijsheid die met de tijd komt?”, probeert Mulder.
De schrijver hapt onmiddellijk toe: “Ik heb geen gebrek aan ervaringen. Hetgeen wat ik heb meegemaakt is al genoeg voor tig boeken meer. Dat zal het probleem niet zijn.”
Mulder mompelt nog wat en neemt weer zijn ingezakte houding aan.
“Ik heb het gelezen en ik vond het een prachtig boek. Vind je de titel niet te serieus voor zo’n hilarisch boek?”, vraagt Frits Barend met pretoogjes.
De schrijver is sprakeloos. Verlegenheid en schaamte, maar ook trots en geluk zijn van zijn gezicht af te lezen.
“Zo had ik het niet bedoeld”, prevelt hij, maar het lijkt zo onhoorbaar.