De eindhalte van de wereld
Bij de eindhalte van de wereld stonden we te wachten op de bus, die we al in de verte zagen naderen. Een enkeling verschoof wat onrustig en probeerde uit te kienen waar de bus zou stoppen in de hoop een goed plaatsje te krijgen. Ik probeerde mij voor te stellen hoe de buschauffeur eruit zou zien en vroeg mij af of de buschauffeur hetzelfde deed met zijn passagiers.
De bus stopte, we stapten schuifelend een voor een in. De buschauffeur zag er niet zo uit als ik had gedacht.
De deuren sloten sissend en de dieselmotor kwam ronkend op gang. Ik drukte mij tegen de stoel en zag in een ooghoek dat mijn buurman hetzelfde deed. We maakten steeds meer vaart, doordat we bergafwaarts gingen.
“Doe nu uw gordels om”, sprak de buschauffeur zijn passagiers toe. Iedereen deed dit gedwee. Sommigen omklemden hun koffer, zodat deze niet straks door de bus geslingerd zou worden.
We kwamen los van de grond.
“De rest gaat nu vanzelf”, informeerde de chauffeur ons.
We raasden door de atmosfeer en zagen de zijkant van de aarde steeds verder van ons verwijderen. En toen we ook de atmosfeer voorbij waren, knapten de ruiten en waren we vrij, want wij waren bij God.