Merkwaardige vent
Een man belde. Hij vroeg: “Waarom heb je geprobeerd mij te bereiken? Je weet hoe ik gesteld ben op mijn privacy.”
“Daar had ik geen weet van”, antwoordde ik gelaten.
“Heb je dan de afgelopen jaren in een grot doorgebracht? Nadat je moeder overleed heb ik besloten het contact met jou te verbreken. Het enige wat ons nog bond was je moeder zaliger”, klonk het wanhopig. Er viel een korte stilte. Ik stak een sigaret op, omdat me dat gepast leek.
“God hebbe haar ziel”, mompelde de man aan de andere kant.
Er sprongen vonkjes van mijn sigaret. Ze werden verslonden door de wind.
“Maar moeder is niet dood”, zei ik verongelijkt.
“Laten we het nu niet weer over jouw complottheorieën hebben. Ik had gehoopt dat je bij zou trekken en jezelf staande zou kunnen houden, maar ik merk nu dat zelfs een psychiatrische inrichting je niet op andere gedachten kan brengen”, constateerde de man moedeloos.
“En nu?”, vroeg ik.
“Laat me met rust”, antwoordde de man. Ik luisterde hoe hij oplegde en stak vervolgens de telefoon in mijn zak.
“Merkwaardige vent”, dacht ik, “ik vraag me af met wie hij me verwarde.”