Archief voor februari, 2002

1042 woorden

De lamellen ten spijt

Gepost door jorrit in Fictie op 22 februari 2002

Voyeurs zijn vieze mannen, zegt men. Ik niet. Ik was me geregeld. Soms zelfs tweemaal op een dag als het angstzweet van onder mijn oksels over mijn torso gutst, terwijl mijn gezicht steeds grimmiger trekt en mijn woorden langzaamaan in een diepe zwarte put van leegte zinken.
Het is mij ook niet geheel duidelijk waar ik deze ideeën vandaan haal. Iedere man twijfelt wel eens aan zijn eigen karakter, ben ik van mening. De één haalt zich op de hals dat hij een potentiële pedofiel is, omdat hij iets te lang naar het buurmeisje staarde, en de ander vraagt zich af of hij niet te veel initiatief, om het eufemistisch te verwoorden, neemt in een relatie. Misschien hoor ik bij dat dubbende kliekje mannendom, die net zo reëel overkomen als ieder ander, maar zichzelf van binnen opvreten als een gesigneerd meesterwerk van W.F.Hermans met een ovenvisje als bewoner. Zonde.
Toegegeven, zelf ben ik ook niet reëel. Ik durf niet naar buiten; pleinvrees. De door mij meest beminde vrouwen staan met een nietje door hun middenrif in Playboys, Penthouses en Hustlers; toch hou ik van ze. Hugh Hefner en Larry Flynt zijn de grootste weldoeners van de hedendaagse maatschappij. En ik ben werkloos, omdat ik opteerde dat mijn baas beter zijn muil kon houden dan elke keer zijn incompetentie te bewijzen. Hij was het niet met mij eens, trok alsnog zijn muil open, en ontsloeg mij oneervol.
Eigenlijk verdien ik een vriendin. Ik heb genoeg eenzame nachten met het Playboy Channel of het vleselijk filmwerk van mijn plaatselijke videotheek als enig gezelschap gehad. Geef me een vrouw en ik zal laten zien wat ik waard ben!
Laatst las ik nog een artikel (de naam van het tijdschrift is mij ontschoten) over een relatie, die ontstaan was uit een verkeerdverbondengesprek. Het is dus mogelijk.
Ik pak de telefoon en draai puur instinctief een nummer: 085-5415761. Ik hoor de telefoon aan de overzijde enkele malen overgaan. De telefoon wordt opgenomen en er klinkt een zware mannenstem in mijn linkeroor: “Hallo?” Koortsachtig bedenk ik repliek, want ik had dit niet verwacht. Ik zat al in de Zevende Hemel samen met mijn verkeerdverbondenmeisje neder te kijken op de ploeteraars in de Hemelen onder ons. We gierden van het lachen. “Hallo, ik ben op zoek naar een schone dame, die uit een selecte groep van amateur-modellen is uitgekozen om mee te werken aan een reclamespot voor lingerie”, antwoordde ik, versteld van mijn eigen woorden.
De man boert ongegeneerd door de hoorn en zegt ongeïnteresseerd: “Ik heb een teef van een vrouw, die je liever gefileerd tussen het rundvleeswaar ziet liggen, dan in lingerie. Dus wat mot je?”
Lichtelijk gechoqueerd zeg ik snel: “Sorry meneer, verkeerd verbonden” en gooi de hoorn op de haak. Dit ging níet volgens plan. Ik voel het zweet tussen mijn hoofdharen, mijn bilnaad en onder mijn oksels uitbreiden en begin te hyperventileren. Kijk eens hoe pathetisch, wat moet je toekomstige vriendin hier wel niet van denken? Je kleine piemeltje zal het niet compenseren, manneke. Luister naar mij, je bent een loser, een verschoppeling en je gaat dood zonder iets betekend te hebben voor iemand. Ze zijn je hier liever kwijt dan rijk. Nietig, niets, niemand.
Ik zucht enkele malen diep en spreid mijn vingers tussen de luxaflex. Ik gluur naar buiten door het kiertje.
Voyant genoeg is de dame, die parmantig met haar heupen wiegend aan de overkant van de straat loopt. Ze gaat het huis tegenover het mijne binnen met, naar het lijkt, een sleutel die ze op zak heeft en sluit de deur achter haar. Enkele momenten later, terwijl mijn geest al mijn organen de epifanie doorfluistert, zie ik haar voor het raam op de eerste verdieping staan. Het is slechts een silhouet, want ze heeft halfdoorlatende gordijnen hangen, maar ik weet dat zij het is. Ik ken haar, ik weet alleen haar naam niet.
Ik ga iets doen, wat ik nooit eerder heb gedaan. Ik spurt naar buiten en kijk op het naambordje, wat zeer burgerlijk tussen de tuinkabouters staat gepoot, voor haar achternaam: Mulder. Ik ren weer terug naar mijn eigen huis, neem niet de tijd om uit te hijgen en zoek het telefoonnummer bij haar achternaam. 085-7671224.
Naar haar starend, overweeg ik mijn opties. Ik zie een silhouet worstelen met kleding. Dit kan maar één ding betekenen: ze gaat douchen! Mijn lichaam heeft het niet meer. Ik voel een joekel van een erectie opkomen en raak verdoofd en verblind van de endorfine.
Ik moet haar voor de gordijnen krijgen. Ik moet haar die gordijnen zien openrukken, terwijl haar ronde borstjes van de schok nog naveren. Ik pak de telefoon en bel het nummer, ondertussen knijp ik mijn ogen samen om beter door de kier tussen de lamellen te kunnen kijken. De telefoon gaat bij haar over, want ik zie haar gestalte naar een andere uithoek van haar kamer hobbelen. Haar feminiene stem aait mijn trommelvlies. “Hallo, met Karin Mulder, met wie spreek ik?” Ik neem eenmaal diep adem en steek van wal.
“Goedendag, mevrouw Mulder. Ik lees hier zojuist van mijn blaadje dat u de gelukkige winnares bent van een BMW Z3. Als het goed is heeft mijn collega de auto al voor uw deur geparkeerd. Kunt u even controleren of u hem ziet staan?”
Ze heeft geen tijd om zich nu nog aan te gaan kleden, want dat zou onbeleefd ten opzichte van mij zijn. Ze zal voorzichtig een gordijntje openschuiven om haar prijs te kunnen bewonderen. Toe maar.
IJskoud snijdt ze echter mijn trommelvlies aan flarden: “Ik kan me helemaal niet herinneren dat ik aan een wedstrijd heb meegedaan. Sterker nog, uw stem komt mij overbekend voor. Bent u niet die viezerik, die aan de overkant op nummer 53 woont? Die smerige gluurder?”
“Sorry mevrouw. U vergist zich, u bent verkeerd verbonden”, mompel ik moedeloos. Ik leg de hoorn erop en trek de telefoon uit zijn contact. Ik zak in, sluit mijn ogen en blijf onbereikbaar liggen.

De auteur heeft persoonlijk de telefoon ter hand genomen om de ongeldigheid van de 085-nummers te bewijzen. Enige gelijkenis met een bestaand nummer is onverhoopt en onbedoeld.